Assembleevoorzitter Ashwin Adhin ziet positieve veranderingen in het economische en sociale beleid van de regering. Minder monetaire financiering, meer ruimte voor ontwikkelingsbanken en een minder strak keurslijf van het IMF zouden volgens hem tekenen zijn dat Suriname economisch een andere koers probeert te varen. Maar achter die positieve beoordeling schuilt een ongemakkelijke realiteit, beleid wordt uiteindelijk niet afgerekend op goede bedoelingen, maar op resultaten. En juist daar wringt de schoen. De keuze om voor ontwikkelingsfinanciering meer gebruik te maken van instellingen zoals de Afrikaanse Ontwikkelingsbank kan inderdaad meer ruimte bieden. Waar een strikt IMF-traject vooral wordt geassocieerd met begrotingsdiscipline, hervormingen en pijnlijke maatregelen, kunnen ontwikkelingsbanken financiering koppelen aan concrete projecten, productie en economische groei. Dat is op papier een verstandige benadering voor een land dat niet alleen zijn financiën moet stabiliseren, maar ook zijn economie structureel moet versterken. Maar financiering is geen prestatie.
Een lening, kredietlijn of ontwikkelingsprogramma verandert niets aan de leefomstandigheden van burgers zolang het geld niet daadwerkelijk wordt omgezet in wegen, woningen, landbouwprojecten, infrastructuur, werkgelegenheid en productieve bedrijvigheid. Suriname heeft in het verleden vaker laten zien dat het verkrijgen van financiering aanzienlijk eenvoudiger is dan het efficiënt besteden ervan. Daarom is Adhins oproep om het tempo van de uitvoering op te voeren belangrijker dan zijn lof voor de beleidswijzigingen. Een regering kan tientallen plannen presenteren en miljoenen aan financiering aantrekken, maar als projecten blijven steken in procedures, aanbestedingen, bureaucratie en politieke besluitvorming, blijft de economische impact uit. Ook zijn kritiek op het eerdere IMF-traject verdient aandacht. Adhin vindt twee jaar te kort om tegelijkertijd economische stabilisatie, groei en sociale bescherming te realiseren. Een periode van ongeveer zeven jaar zou volgens hem realistischer zijn geweest. Daar zit een belangrijke les in. Economisch herstel laat zich niet afdwingen met alleen boekhoudkundige maatregelen. Wanneer een regering vooral bezig is met het terugbrengen van tekorten en het herstellen van financiële indicatoren, terwijl huishoudens ondertussen koopkracht verliezen en bedrijven onder druk staan, ontstaat een gevaarlijke kloof tussen macro-economische cijfers en de werkelijkheid op straat.
Toch mag kritiek op het verleden geen excuus worden om de huidige regering onbeperkte tijd te geven. De bevolking heeft weinig aan de constatering dat vorige beleidskeuzes verkeerd waren. Zij wil verbetering zien. Niet alleen in rapporten van financiële instellingen, maar in de supermarkt, op de arbeidsmarkt, bij de stroomvoorziening, in de gezondheidszorg en in de infrastructuur. Positief is dat Adhin het terugdringen van monetaire financiering nadrukkelijk noemt. Het onbeheerst creëren van geld kan inflatie aanjagen, de wisselkoers onder druk zetten en het vertrouwen in de economie aantasten. Meer monetaire discipline is daarom noodzakelijk. Maar ook hier geldt dat discipline geen doel op zichzelf mag worden. Financiële stabiliteit moet uiteindelijk leiden tot een economie waarin bedrijven kunnen investeren, burgers hun inkomen zien groeien en de staat publieke voorzieningen kan leveren. De maatschappelijke beoordeling van de regering is eveneens voorbarig als zij uitsluitend wordt gebaseerd op een afgenomen politieke spanning. Een rustigere samenleving is waardevol, maar maatschappelijke rust is geen eindstation.
Vertrouwen wordt niet alleen opgebouwd door minder confrontatie, maar vooral door betrouwbaar bestuur, transparantie en zichtbare resultaten. Daarmee ligt de grootste uitdaging voor de regering helder op tafel, de overgang van beleid naar uitvoering. Internationale financiering moet niet jarenlang blijven hangen in ministeriële dossiers. Projecten moeten worden voorbereid, aanbesteed en uitgevoerd. Elke maand vertraging betekent gemiste economische activiteit en uitstel van verbetering voor burgers. Adhin heeft gelijk dat er signalen zijn van een andere economische koers. Maar het is te vroeg om van succes te spreken. Suriname heeft al vaker periodes gekend waarin nieuwe beleidsrichtingen veelbelovend werden aangekondigd, terwijl de uitvoering uiteindelijk achterbleef. De regering krijgt daarom geen krediet voor plannen alleen. Het echte oordeel volgt wanneer financiering zichtbaar wordt in productie, infrastructuur, banen en koopkracht. Tot dat moment blijft de vooruitgang vooral een belofte op papier. De samenleving heeft geen behoefte aan nog meer beleidsvoornemens, maar aan een overheid die eindelijk laat zien dat zij plannen ook daadwerkelijk kan uitvoeren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com