Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZ) wil de controle op prijzen en voedselveiligheid aanscherpen. Dat klinkt daadkrachtig, maar achter die politieke boodschap schuilt een ongemakkelijke realiteit, de dienst die de controles moet uitvoeren, beschikt volgens de minister zelf over onvoldoende personeel, voertuigen en andere middelen. De overheid wil dus harder optreden, terwijl haar controleapparaat nog altijd met structurele beperkingen kampt. De consument krijgt dagelijks te maken met hogere kosten voor levensmiddelen. Vlees, groenten en andere basisproducten drukken steeds zwaarder op het huishoudbudget. Het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) heeft daarover cijfers gepubliceerd. De minister nuanceert dat beeld door te stellen dat de gemiddelde prijsstijging van basisgoederen ongeveer één procent bedraagt. Sommige producten zouden duurder zijn geworden, terwijl andere juist goedkoper zijn. Voor een gezin dat iedere week meer moet betalen voor noodzakelijke producten, maakt het weinig verschil dat een ander product toevallig goedkoper is geworden. De werkelijkheid aan de kassa wordt niet bepaald door statistische gemiddelden, maar door wat consumenten daadwerkelijk moeten betalen voor hun dagelijkse boodschappen. Juist daar ligt de verantwoordelijkheid van de overheid om niet alleen cijfers te presenteren, maar ook zichtbaar en effectief toezicht uit te oefenen.
Baasaron zegt dat de Economische Controle Dienst (ECD) inmiddels breder kijkt naar prijsvorming. Niet alleen basisgoederen worden gecontroleerd, maar ook andere producten. Ondernemers moeten zich houden aan afgesproken winstmarges. Dat klinkt streng, maar de geloofwaardigheid van dergelijke regels staat of valt met handhaving. Een controlemechanisme zonder voldoende controleurs, voertuigen en middelen is nauwelijks meer dan een papieren tijger. Wanneer een ondernemer weet dat de kans op controle beperkt is, verliest regelgeving haar afschrikkende werking. Het probleem is dan niet dat er geen regels bestaan, maar dat overtreders onvoldoende reden hebben om bang te zijn voor de gevolgen. De SRD Check-app moet consumenten helpen om zelf prijzen te vergelijken met de richtprijzen van de overheid. Volgens Baasaron is de applicatie inmiddels honderdduizenden keren geraadpleegd. Dat is positief, maar het mag nooit worden gebruikt als excuus om de verantwoordelijkheid van de overheid af te schuiven naar de consument. Wie boodschappen doet, heeft niet de tijd, kennis of middelen om iedere winkelprijs te onderzoeken en vervolgens te bepalen of een ondernemer binnen de wettelijke winstmarge blijft. Dat is precies waarom een Economische Controle Dienst bestaat.
Nog urgenter is de voedselveiligheid. Producten zonder correcte etikettering of met onduidelijke houdbaarheidsinformatie zouden uit de handel worden genomen. Ook het veranderen van vervaldata bij het herverpakken van levensmiddelen moet volgens de minister hard worden aangepakt. Terecht, met voedselveiligheid valt niet te onderhandelen. Een verkeerd prijskaartje raakt de portemonnee. Onveilig voedsel kan de gezondheid van mensen rechtstreeks in gevaar brengen. Daarom is het positief dat de minister voedselveiligheid als hoogste prioriteit benoemt. Maar opnieuw geldt, woorden zijn geen controles. Forse boetes en sluiting van ondernemingen klinken indrukwekkend, maar alleen wanneer de overheid daadwerkelijk in staat is overtredingen op te sporen en consequent te sanctioneren. De erkenning van Baasaron dat de ECD lang niet de capaciteit heeft die nodig is, legt precies bloot waar het probleem zit. De overheid kan nieuwe regels aankondigen, strengere controles beloven en hogere boetes in het vooruitzicht stellen, maar zonder mensen, voertuigen en een goed georganiseerde inspectiestructuur blijft de uitvoering kwetsbaar. Het wordt daarom tijd om niet alleen te spreken over strengere controle, maar vooral over een sterkere controleorganisatie.
De aanschaf van extra voertuigen, uitbreiding van het aantal controleurs en samenwerking met het Openbaar Ministerie zijn noodzakelijke stappen. Maar ze mogen niet blijven steken in plannen en beleidsverklaringen. De consument heeft geen behoefte aan nog een belofte. Die heeft behoefte aan toezicht dat zichtbaar, onafhankelijk, regelmatig en consequent wordt uitgevoerd. Ook de ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen en het zoeken naar nieuwe afzetmarkten voor lokale productie zijn belangrijk. Een sterke economie ontstaat immers niet alleen door controleren, maar ook door ondernemers ruimte te geven om legaal en duurzaam te groeien. Maar economische groei mag nooit worden verward met het gedogen van misstanden. De boodschap aan ondernemers moet helder zijn, ondernemen wordt ondersteund, maar overtredingen worden niet beloond. En de boodschap aan consumenten moet even duidelijk zijn, de overheid hoort niet alleen te vertellen dat zij controleert, maar moet kunnen bewijzen dat zij controleert. Zolang de ECD zelf erkent dat zij onvoldoende capaciteit heeft, blijft de aangekondigde aanscherping van het toezicht vooral een voornemen. De echte test begint pas wanneer controleurs daadwerkelijk de straat op gaan, overtredingen vaststellen en de overheid vervolgens zonder aanzien des persoons optreedt. Want uiteindelijk wordt goed bestuur niet gemeten aan de strengte van de woorden van een minister, maar aan de kracht waarmee die woorden in de praktijk worden uitgevoerd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com