De ochtend dat Conor McGregor tegenover Max Holloway zou verschijnen, schreef ik een artikel dat hij niet werkelijk tegen zijn tegenstander vocht, maar vooral tegen zijn eigen lichaam, omdat zijn lange afwezigheid, eerdere blessures en zichtbare fysieke onzekerheid moeilijk te verenigen waren met het spectaculaire comebackverhaal dat rondom hem werd opgebouwd. Toch lukte het de promotionele machine om miljoenen mensen te laten geloven dat zij getuige zouden zijn van de terugkeer van de oude McGregor, terwijl de beschikbare feiten voldoende aanleiding gaven om veel kritischer naar die belofte te kijken.
Als de genoemde uitbetalingen kloppen, hebben McGregor en Holloway miljoenen verdiend aan een evenement waarin marketing uiteindelijk belangrijker bleek dan hetgeen sportief werd geleverd. Ik neem hun dat niet kwalijk en gun beide mannen hun inkomsten, omdat zij jarenlang hebben gewerkt aan hun naam, reputatie en commerciële waarde, maar het resultaat legt wel een veel groter maatschappelijk probleem bloot. Mensen betalen namelijk niet altijd voor waarheid, kwaliteit of prestaties, maar steeds vaker voor een overtuigend verhaal dat aansluit bij wat zij willen geloven.
McGregor is daarom slechts een zichtbaar voorbeeld van een systeem dat veel verder reikt dan de vechtsport, omdat politici, bedrijven, influencers en andere machtsfiguren dezelfde psychologische mechanismen gebruiken om aandacht te krijgen, twijfel te onderdrukken en verwachtingen te sturen. Zij begrijpen dat beelden vaak sterker werken dan teksten, dat herhaling gemakkelijker wordt onthouden dan bewijs en dat emotie sneller mensen mobiliseert dan een ingewikkelde uitleg over beleid, geldstromen of maatschappelijke gevolgen.
Politieke propaganda werkt vooral goed wanneer burgers onvoldoende zijn toegerust om informatie te onderzoeken, cijfers te begrijpen en beloften te vergelijken met eerdere resultaten. Een politicus hoeft dan geen degelijk beleid te presenteren, zolang hij een vijand kan aanwijzen, een groep emotioneel kan aanspreken en zichzelf als de enige redder kan positioneren. Mislukkingen worden vervolgens toegeschreven aan tegenstanders, slechte resultaten worden verpakt als vooruitgang en oude beloften keren tijdens iedere verkiezing terug in een nieuwe slogan.
De samenleving draagt hierin eveneens verantwoordelijkheid, omdat propaganda alleen duurzaam kan functioneren wanneer mensen bereid zijn hun kritische vermogen in te ruilen voor groepsgevoel, hoop, angst of politieke loyaliteit. Veel burgers beoordelen een boodschap nog altijd op basis van degene die haar uitspreekt, terwijl de inhoud, de financiële onderbouwing en de uitvoerbaarheid nauwelijks worden getoetst. Een bekende naam, een krachtige toespraak of een zorgvuldig gemonteerde video krijgt daardoor meer waarde dan aantoonbare prestaties, onafhankelijke cijfers en controleerbare beleidsresultaten.
Bedrijven handelen volgens hetzelfde principe wanneer zij middelmatige producten als revolutionair presenteren, maatschappelijke verantwoordelijkheid gebruiken als reclame en met dure campagnes een werkelijkheid creëren die weinig overeenkomt met hun dagelijkse handelen. De verpakking wordt groter naarmate de inhoud zwakker wordt, omdat marketing het hardst moet werken wanneer de feiten onvoldoende overtuigen. Mensen kopen vervolgens niet alleen een product, maar een identiteit, een gevoel van status en het idee dat zij onderdeel worden van een succesverhaal.
Een samenleving die zich niet leert bekwamen in broncontrole, mediageletterdheid, economische analyse en politieke beoordeling, zal telkens opnieuw haar geld, stem en toekomst geven aan degenen die het beste weten hoe aandacht moet worden gemanipuleerd. Onderwijs moet burgers daarom niet uitsluitend leren lezen en schrijven, maar ook hoe cijfers kunnen worden verdraaid, hoe beeldvorming werkt, hoe belangen achter boodschappen kunnen worden herkend en hoe beleid op resultaten moet worden beoordeeld. Kritisch denken mag geen privilege blijven van een kleine groep, omdat propaganda de grootste schade aanricht onder mensen die het minst toegang hebben tot betrouwbare informatie.
Suriname kan zich niet blijven veroorloven dat verkiezingen worden beslist door afkomst, partijtrouw, emotionele toespraken en persoonlijke verering, terwijl armoede, zwak bestuur, gebrekkige uitvoering en verspilling van publieke middelen zich verder opstapelen. Burgers moeten leren vragen wat een plan kost, wie ervan profiteert, hoe het wordt uitgevoerd, welke resultaten eerder zijn behaald en wie verantwoordelijkheid draagt wanneer beloften opnieuw niet worden nagekomen. Zonder die ontwikkeling blijft de samenleving kwetsbaar voor leiders die veel spreken, weinig leveren en iedere mislukking met nieuwe propaganda bedekken.
McGregor liet uiteindelijk zien hoe eenvoudig een groot publiek kan worden overtuigd om een moeilijk verkoopbaar verhaal toch te kopen, maar in de politiek zijn de gevolgen veel ernstiger dan een teleurstellend gevecht. Een verkeerde sportieve verwachting kost hooguit geld en frustratie, terwijl politieke propaganda banen, onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en de toekomst van een heel land kan beschadigen. De belangrijkste vraag is daarom niet waarom mensen propaganda verkopen, want aandacht en macht leveren geld op, maar waarom wij nog steeds zo gemakkelijk geloven wat ons wordt aangeboden zonder eerst te onderzoeken of het waar is.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com