De regering probeert de onrust rond de mogelijke opslag van radioactieve bronnen in Houttuin te temperen, maar slaagt daar vooralsnog niet overtuigend in. Hoewel minister Brunings benadrukt dat er nog geen definitief besluit is genomen over de aanvraag van Halliburton, lijkt het kabinet vooral bezig de gekozen procedure te verdedigen in plaats van het groeiende wantrouwen onder de bevolking weg te nemen. De minister wijst erop dat de aanvraag nog wordt beoordeeld door de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) en dat internationale veiligheidsnormen van het International Atomic Energy Agency (IAEA) worden gehanteerd. Dat klinkt geruststellend, maar voor bewoners verandert dat weinig zolang zij geen volledige transparantie krijgen over de risicoanalyse en de overwegingen achter de uiteindelijke besluitvorming. Opvallend is dat de regering veel nadruk legt op het feit dat het niet om nucleair afval gaat, maar om radioactieve bronnen die worden gebruikt bij boorgatmetingen in de olie- en gasindustrie. Daarmee lijkt de discussie echter te worden versmald.
Voor omwonenden is het onderscheid tussen radioactief afval en radioactieve bronnen nauwelijks relevant wanneer het gaat om mogelijke risico’s voor hun gezondheid, leefomgeving en veiligheid. Radioactief materiaal blijft radioactief materiaal, ongeacht de toepassing. Ook de keuze voor een milieubeoordeling in categorie B2 in plaats van een volledige milieueffectrapportage (MER) blijft voer voor discussie. Volgens Brunings is een zwaardere beoordeling niet nodig omdat de technologie wereldwijd al jarenlang wordt toegepast en de risico’s bekend zijn. Dat argument roept echter de vraag op of internationale ervaring automatisch betekent dat een specifieke locatie in Suriname dezelfde veiligheidsvoorwaarden biedt. Lokale omstandigheden, infrastructuur, toezicht en rampenbestrijding verschillen immers per land en verdienen een zelfstandige beoordeling. De regering stelt bovendien dat de Surinaamse veiligheidsrichtlijnen op onderdelen zelfs strenger zijn dan de internationale standaarden. Die bewering is alleen geloofwaardig wanneer die strengere eisen openbaar worden gemaakt en onafhankelijk kunnen worden getoetst. Zonder die transparantie blijft het een politieke uitspraak die moeilijk te verifiëren is.
Dat Halliburton aansprakelijk wordt gesteld bij eventuele schade aan mens of milieu biedt eveneens slechts beperkte geruststelling. Financiële aansprakelijkheid herstelt immers geen gezondheidsschade of milieuschade wanneer een incident zich daadwerkelijk voordoet. Preventie en vertrouwen wegen in dergelijke dossiers zwaarder dan de belofte dat de veroorzaker achteraf zal betalen. Positief is dat de regering aangeeft de petitie van de bewoners serieus te nemen en aanvullende stakeholdersessies te willen organiseren. Dat is een noodzakelijke stap, maar geen vervanging voor volledige openheid over de inhoud van de aanvraag, de risicoanalyses en de onafhankelijke beoordeling door de NMA. De kern van de discussie draait uiteindelijk niet alleen om internationale normen of technische veiligheidsprotocollen. Het gaat om maatschappelijk vertrouwen. Juist dat vertrouwen staat onder druk wanneer bewoners het gevoel krijgen dat zij pas worden geïnformeerd nadat belangrijke keuzes al in gang zijn gezet. Zolang de overheid vooral benadrukt dat er nog geen besluit is genomen, maar tegelijkertijd de gekozen procedure blijft verdedigen, zal de scepsis in Houttuin waarschijnlijk eerder toenemen dan afnemen. Uiteindelijk zal niet alleen de uitkomst van de beoordeling bepalend zijn, maar vooral de mate waarin de regering kan aantonen dat de belangen van de gemeenschap daadwerkelijk zwaarder wegen dan de economische belangen van een multinational.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com