Guyana heeft in Den Haag opnieuw duidelijk gemaakt dat de grenskwestie met Venezuela niet draait om politieke emotie, maar om de geldigheid van een internationale uitspraak die al meer dan een eeuw bestaat. Voor het Internationaal Gerechtshof stelde de Amerikaanse topjurist Paul Reichler namens Guyana dat Venezuela geen geloofwaardige basis heeft om het Verdrag van Washington uit 1897 en de daaropvolgende arbitrale uitspraak van 3 oktober 1899 onderuit te halen. Daarmee probeert Guyana het juridische fundament te verstevigen onder de grens die het Essequibo gebied, goed voor ruim 70 procent van het Guyanese grondgebied, binnen Guyana houdt.
Reichler richtte zijn zwaarste pijlen op de Venezolaanse bewering dat de Verenigde Staten en Groot Brittannië destijds zouden hebben samengespannen tegen Venezuela. Volgens hem is die redenering historisch ongeloofwaardig, omdat Venezuela juist de steun van Washington zocht om Groot Brittannië tot arbitrage te bewegen. Het zou volgens Guyana onlogisch zijn om aan te nemen dat de Verenigde Staten eerst jarenlang de Venezolaanse positie ondersteunden en vervolgens plotseling in het geheim de Britse belangen gingen dienen.
De kern van Guyana’s betoog is dat Venezuela destijds niet buitenspel stond, maar zelf naar arbitrage zocht, op Amerikaanse steun vertrouwde en via diplomatieke kanalen betrokken was bij het proces. Reichler wees erop dat Venezolaanse vertegenwoordigers werden geraadpleegd en dat hun standpunten in de onderhandelingen rond het Verdrag van Washington werden meegenomen. Daarmee probeert Guyana het beeld te breken dat Venezuela slachtoffer was van een regeling waarover het niets te zeggen had.
Het zwaarste historische argument blijft dat Venezuela de arbitrale uitspraak van 1899 tientallen jaren heeft geaccepteerd. Volgens Guyana respecteerde en volgde Caracas de grensregeling meer dan zestig jaar, voordat het in 1963, ongeveer 66 jaar na ratificatie van het verdrag, begon te klagen over fraude en fouten. Die lange periode van aanvaarding is voor Guyana essentieel, omdat internationaal recht zwaar tilt aan stabiliteit van grenzen en aan het gedrag van staten na een uitspraak.
De zaak is extra gevoelig omdat Essequibo niet alleen uit dicht bos en rivieren bestaat, maar ook uit goud, diamanten, hout, andere natuurlijke hulpbronnen en strategische ligging nabij grote offshore olievelden. Venezuela blijft stellen dat de uitspraak van 1899 ongeldig is en dat de kwestie via directe onderhandelingen moet worden opgelost. Guyana wil daarentegen een definitieve en bindende uitspraak van het Wereldhof waarin de geldigheid van de 1899 Award en de bestaande grens wordt bevestigd.
De juridische route naar Den Haag kwam pas na lange mislukte bemiddelingspogingen onder de vlag van de Verenigde Naties. In het kader van de Geneefse Overeenkomst van 1966 probeerden Guyana en Venezuela jarenlang via de zogenoemde Good Offices procedure tot een oplossing te komen. Toen dat geen echte vooruitgang opleverde, besloot de secretaris generaal van de Verenigde Naties op 30 januari 2018 dat de zaak naar het Internationaal Gerechtshof moest, waarna Guyana op 29 maart 2018 formeel naar de rechter stapte.
Venezuela heeft herhaaldelijk geprobeerd de rechtsmacht van het Hof te betwisten, maar het Hof bepaalde in 2020 dat het de zaak kan behandelen voor zover die gaat over de geldigheid van de arbitrale uitspraak van 1899 en de definitieve regeling van de landgrens. In 2023 wees het Hof ook voorlopige maatregelen toe in de zaak, waarmee de spanning rond het gebied internationaal nog zichtbaarder werd. De uiteindelijke uitspraak moet bindend zijn voor de partijen, al blijft uitvoering in de praktijk altijd afhankelijk van politieke wil en internationale druk.
Voor Suriname is deze zaak meer dan een buurlandenconflict aan de westkant van Guyana, omdat zij laat zien hoe belangrijk grensdossiers, verdragen, kaarten en internationale rechtsposities blijven in een regio waar grondstoffen steeds waardevoller worden. Kleine staten moeten hun archieven, juridische argumenten, diplomatieke netwerken en grensbewaking niet pas organiseren wanneer olie, goud of geopolitieke druk het dossier heet maken. Nationale soevereiniteit wordt sterker wanneer historische stukken, internationale steun en juridische voorbereiding al op orde zijn voordat machtspolitiek de toon probeert te zetten.
Guyana probeert in Den Haag niet alleen een stuk land te verdedigen, maar ook het principe dat grenzen niet telkens opnieuw kunnen worden opengebroken wanneer politieke omstandigheden veranderen. Venezuela zet daar een historisch onrechtverhaal tegenover, maar moet het Hof overtuigen dat een uitspraak die het decennialang heeft gerespecteerd alsnog ongeldig is. De komende fase bij het Wereldhof zal daarom niet alleen bepalen hoe sterk de 1899 Award juridisch staat, maar ook hoe stevig internationaal recht blijft wanneer grondstoffen, nationale trots en geopolitieke druk dezelfde grenslijn raken.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com