Nu de regering openlijk gesprekken voert om met het VAE bedrijf Dalil samen te werken aan de digitale modernisering van de overheid, groeit tegelijk de behoefte aan transparantie over de route waarlangs dat moet gebeuren. President Jennifer Simons ontving op Vrijdag 6 Maart 2026 een delegatie van Dalil op het kabinet, waarbij volgens de officiële communicatie technologische modernisering centraal stond van digitale overheidsdiensten en het versterken van de digitale infrastructuur. De regering zegt dat digitalisering hoge prioriteit heeft, maar voegt daar zelf aan toe dat dit zorgvuldig en volgens geldende procedures moet verlopen, en op dat punt beginnen nu de lastigste vragen.
De publieke informatie die tot nu toe is vrijgegeven, blijft namelijk opvallend algemeen en laat nog open welke systemen precies worden bedoeld, welke data mogelijk in beeld komen en welk deel van de digitale keten in buitenlandse handen zou kunnen raken. Dalil profileert zich op zijn eigen bedrijfsplatform nadrukkelijk in domeinen als biometrie, burgerregistratie, identiteitsdocumenten, grensbeheer, visa en luchtvaartsystemen, wat betekent dat een eventuele samenwerking al snel raakt aan gevoelige staatsfuncties en persoonsgegevens. In de officiële Surinaamse berichtgeving staat vooralsnog alleen dat onder coördinatie van e Government een inventarisatie is uitgevoerd, dat er een eerste actieplan ligt en dat Dalil op korte termijn een formeel voorstel zal indienen, maar een openbaar Terms of Reference, aanbestedingsdocument of gegevenskader is nog niet zichtbaar gemaakt.
Daarom klinkt in en rond de Surinaamse ICT wereld de vraag waarom lokaal talent nog niet zichtbaar op de voorgrond staat, terwijl de ICT Associatie Suriname nog maar kort geleden aankondigde dat de koers voor 2026 tot en met 2028 juist draait om digitale weerbaarheid, internationale concurrentiekracht en een inclusieve digitale economie. Dat wringt, omdat een overheid die zegt te willen moderniseren eerst moet laten zien hoe Surinaamse ontwikkelaars, cyberexperts, systeemarchitecten en sectororganisaties kunnen meedoen aan ontwerp, toetsing, uitvoering en beheer. Zonder zo’n open traject dreigt digitalisering opnieuw een persconferentiebelofte te worden, en heb je de Surinaamse credo “Geloof in eigen kunnen” geen eer gedaan.
De kwestie wordt nog gevoeliger door de cyber en privacykant, omdat Suriname volgens publiek beschikbare regionale privacyoverzichten nog geen in werking getreden brede databeschermingswet heeft die vergelijkbaar is met moderne regimes voor persoonsgegevens. Een land dat in zo’n fase denkt aan identiteits, grens of overheidsplatformen met een buitenlandse partner, zal eerst publiek moeten uitleggen waar data wordt opgeslagen, wie toegang krijgt, hoe audits worden geregeld, welke exit clausules gelden en welke Surinaamse instanties het toezicht voeren.
Ik zeg niet dat buitenlandse samenwerking verkeerd is, want kennis van buiten kan nuttig zijn wanneer zij wordt ingebed in sterke lokale randvoorwaarden en een transparant staatsbelang. Bij mij draait het om de vraag of Suriname dit traject vanaf het begin open en controleerbaar inricht, met een openbare uitvraag, een eerlijke kans voor Surinaamse ICT bedrijven en deskundigen, en harde garanties voor cyberveiligheid, soevereiniteit en gegevensbescherming nog voor er iets wordt uitgerold. Wanneer de overheid aangeeft wat de technische kaders en procedures zijn, dan pas kan digitalisering uitgroeien tot nationaal beleid.
Timothy Zuiverloon
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com