De ambitie van BRICS om een krachtig financieel alternatief voor traditionele westerse ontwikkelingsbanken te creëren, wordt na ruim tien jaar geconfronteerd met een fundamentele economische vraag over de daadwerkelijke benutting van het beschikbare kapitaal. De New Development Bank, die in 2015 werd opgericht door Brazilië, Rusland, India, China en Zuid Afrika, heeft inmiddels internationale kredietwaardigheid opgebouwd en tientallen miljarden dollars aan ontwikkelingsprojecten goedgekeurd. Toch blijft de omvang van haar uitstaande kredietportefeuille aanzienlijk achter bij die van gevestigde instellingen zoals de Wereldbank. De bank beschikt over een solide financiële basis, maar slaagt er vooralsnog onvoldoende in om haar aandeelhouderskapitaal op grote schaal om te zetten in nieuwe financieringsmogelijkheden voor ontwikkelingslanden. Daarmee ontstaat een opvallende tegenstelling tussen de politieke ambities van BRICS om de mondiale financiële machtsverhoudingen te veranderen en de feitelijke capaciteit van de instelling om economische ontwikkeling te versnellen.
De financiële cijfers laten zien dat de in Shanghai gevestigde ontwikkelingsbank ongeveer 22 miljard Amerikaanse dollar aan uitstaande leningen heeft tegenover een daadwerkelijk gestort aandeelhouderskapitaal van 10 miljard dollar. De oorspronkelijke vijf oprichtingslanden namen ieder voor 10 miljard dollar aan aandelenkapitaal, waarvan per land 2 miljard dollar werd gestort. Daarmee ontstond een gezamenlijk geplaatst kapitaal van 50 miljard dollar, binnen een aanvankelijk toegestaan kapitaal van 100 miljard dollar. De kredietportefeuille vertegenwoordigt ongeveer 2,2 keer het gestorte kapitaal, een relatief beperkte vermenigvuldiging voor een instelling die juist was opgericht om ontwikkelingsfinanciering op grote schaal beschikbaar te maken. Ter vergelijking beschikte de Wereldbank medio 2025 over ongeveer 23 miljard dollar aan gestort kapitaal tegenover circa 280 miljard dollar aan uitstaande leningen binnen haar belangrijkste kredietinstelling, naast nog eens 231 miljard dollar aan financiering via haar fonds voor de armste landen. Hoewel deze instellingen verschillen in financieringsstructuur en risicoprofiel, maakt de vergelijking duidelijk dat de BRICS-bank haar financiële mogelijkheden nog onvoldoende benut.
De activiteiten van de New Development Bank laten tegelijkertijd zien dat de instelling wel degelijk een operationele positie heeft opgebouwd. Volgens het jaarverslag over 2025 werden gedurende dat jaar 19 projecten goedgekeurd met een gezamenlijke financieringswaarde van ongeveer 3,17 miljard dollar. Aan het einde van 2025 telde de portefeuille 115 projecten waarvoor in totaal 35,59 miljard dollar aan financiering was goedgekeurd. Inmiddels rapporteert de bank over haar bredere activiteiten 139 goedgekeurde projecten met een gezamenlijke waarde van ongeveer 42,9 miljard dollar. Deze bedragen vertegenwoordigen echter financieringsgoedkeuringen en mogen niet worden gelijkgesteld aan daadwerkelijk uitgekeerde leningen. De projecten richten zich onder meer op duurzame energie, transportverbindingen, drinkwatervoorziening, stedelijke infrastructuur en milieubescherming. De bank verwacht via geselecteerde investeringen onder andere verbeteringen aan duizenden kilometers wegen, uitbreiding van duurzame elektriciteitsproductie en versterking van de watervoorziening te ondersteunen. De maatschappelijke en economische resultaten zullen uiteindelijk afhangen van de uitvoering, oplevering en daadwerkelijke benutting van deze projecten.
De kredietwaardigheid van de instelling vormt een belangrijke prestatie, omdat de bank ondanks de uiteenlopende economische omstandigheden van haar aandeelhouders toegang heeft gekregen tot internationale kapitaalmarkten. De New Development Bank beschikt over een kredietbeoordeling van AA bij Fitch en AA+ bij Standard & Poor’s, terwijl de Wereldbank bij de belangrijkste internationale beoordelaars de hoogste AAA classificatie heeft. Het verschil vertaalt zich volgens financiële analyses in financieringskosten die ongeveer 0,30 tot 0,50 procentpunt hoger liggen dan die van de Wereldbank. Hoewel dit verschil beperkt lijkt, kunnen dergelijke rentemarges bij omvangrijke en langlopende infrastructuurleningen aanzienlijke financiële gevolgen hebben. De New Development Bank heeft daarnaast een onafhankelijk evaluatiekantoor opgericht en haar procedures voor projectbeoordeling, risicomanagement en toezicht uitgebreid. De technische deskundigheid en internationale ervaring die gevestigde ontwikkelingsbanken gedurende tientallen jaren hebben opgebouwd, kunnen echter niet uitsluitend met kapitaal worden vervangen.
De uitbreiding van het ledenbestand moet de financiële slagkracht van de instelling vergroten, maar brengt tegelijkertijd nieuwe bestuurlijke spanningen met zich mee. Naast de oorspronkelijke vijf oprichtingslanden zijn onder meer de Verenigde Arabische Emiraten, Bangladesh, Egypte, Oezbekistan en Algerije tot de bank toegetreden. Nieuwe kapitaalkrachtige leden kunnen aanvullende financiële middelen beschikbaar stellen en de internationale kredietwaardigheid versterken, maar bestaande bestuursafspraken beperken hun invloed op de besluitvorming. Individuele niet oprichtende leden mogen maximaal 7 procent van de stemrechten bezitten, terwijl de oorspronkelijke BRICS landen gezamenlijk ten minste 55 procent van de stemrechten moeten behouden. Deze constructie beschermt de zeggenschap van de oprichters, maar kan tegelijkertijd grote potentiële aandeelhouders ontmoedigen om omvangrijke kapitaalbijdragen te leveren. De instelling staat daarmee voor een strategische keuze tussen het behouden van politieke controle en het aantrekken van voldoende financiële middelen om haar internationale kredietportefeuille aanzienlijk uit te breiden.
De discussie over de effectiviteit van de BRICS-bank is ook relevant voor Suriname, dat de komende jaren omvangrijke financieringsbehoeften zal hebben voor energievoorziening, infrastructuur, landbouwontwikkeling en industriële uitbreiding. De komst van nieuwe internationale financieringsinstellingen kan de onderhandelingspositie van ontwikkelingslanden versterken, maar een groter aanbod van krediet betekent niet automatisch dat financiering goedkoper wordt of economische ontwikkeling sneller verloopt. Vooral bij langlopende investeringen zijn de rentevoorwaarden, valutarisico’s, terugbetalingscapaciteit en kwaliteit van projectuitvoering bepalend voor het uiteindelijke rendement. Suriname zal daarom moeten investeren in technisch onderbouwde ontwikkelingsprojecten, betrouwbare financiële administratie en instellingen die internationale financiering kunnen omzetten in aantoonbare economische productie. De beschikbaarheid van alternatieve kredietbronnen biedt kansen, maar zonder transparant bestuur en effectieve uitvoering kunnen ook nieuwe financieringsmogelijkheden uiteindelijk leiden tot hogere schulden in plaats van duurzame groei.
De New Development Bank heeft in haar eerste decennium bewezen dat opkomende economieën zelfstandig een internationale financiële instelling kunnen oprichten, kapitaal kunnen mobiliseren en ontwikkelingsprojecten kunnen financieren zonder volledige afhankelijkheid van bestaande mondiale kredietstructuren. De volgende fase wordt echter aanzienlijk moeilijker, omdat institutionele erkenning en politieke steun onvoldoende zijn om daadwerkelijk een gelijkwaardige positie naast de grootste internationale ontwikkelingsbanken te bereiken. De bank zal haar kredietportefeuille verder moeten vergroten, financieringskosten moeten verlagen en haar technische capaciteit moeten versterken om ontwikkelingslanden op grotere schaal te ondersteunen. De belangrijkste uitdaging voor BRICS ligt daarmee niet langer bij het oprichten van alternatieve instellingen, maar bij het aantonen dat deze instellingen daadwerkelijk betere economische resultaten kunnen realiseren. Zonder een aanzienlijke uitbreiding van de kredietverlening en meetbare ontwikkelingsresultaten dreigt de New Development Bank vooral een geopolitiek symbool te blijven van financiële onafhankelijkheid, terwijl de economische verwachtingen van haar oprichters en potentiële kredietnemers slechts gedeeltelijk worden waargemaakt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com