De Economische Controle Dienst (ECD) kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor effectieve economische controle zolang de dienst onvoldoende middelen en slagkracht heeft om haar wettelijke taken naar behoren uit te voeren. De roep om meer voertuigen, bevoegde controleurs en beter opgeleide medewerkers legt een structureel probleem bloot binnen het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI). Terwijl consumenten dagelijks worden geconfronteerd met de prijzen van basisgoederen, etiketteringsproblemen en mogelijke economische misstanden, moet de dienst die daartegen moet optreden haar capaciteit nog versterken. Dat is een zwakke schakel in het toezicht op de economie. Minister Baasaron erkent dat de ECD het zorgenkindje van zijn ministerie is. Hoewel hij benadrukt dat het werk van EZOTI niet uitsluitend draait om prijscontrole, geeft hij daarmee indirect aan hoe groot de druk op de dienst is. De samenleving verwacht zichtbare resultaten, maar verwachtingen alleen maken geen effectieve handhaving mogelijk. Zonder voldoende personeel, vervoer, wettelijke bevoegdheden en operationele ondersteuning blijft de ECD beperkt in haar vermogen om overtredingen vast te stellen en consequent op te treden. De minister noemt voertuigen en meer Buitengewoon Agenten van Politie (BAVP’ers) als noodzakelijke versterkingen. Die behoefte is geen administratief detail, maar een voorwaarde voor geloofwaardig toezicht. Controleurs moeten niet alleen winkels kunnen bezoeken, maar ook bevoegd zijn om overtredingen vast te leggen en processen-verbaal op te maken.
Wanneer die capaciteit ontbreekt, ontstaat het risico dat inspecties onvoldoende gevolgen hebben en overtreders onvoldoende worden afgeschrikt. Regels die niet consequent kunnen worden gehandhaafd, verliezen uiteindelijk hun betekenis. De ondersteuning van twee politie inspecteurs vanuit het Openbaar Ministerie en de inzet op training zijn stappen in de goede richting. Ook de uitbreiding van inspecties naar de districten is noodzakelijk, zeker nu de vraag naar controle buiten Paramaribo aanzienlijk is. Toch mag het versterken van de ECD niet blijven steken in tijdelijke ondersteuning en goede voornemens. Een dienst met een landelijk takenpakket heeft een structurele organisatie nodig, met voldoende personeel, een duidelijke taakverdeling, geschikte transportmiddelen en een controleerbare handhavingsstrategie. Het is bovendien onvoldoende om te melden dat het team steeds beter wordt versterkt. De samenleving moet kunnen vaststellen wat die versterking daadwerkelijk oplevert. Hoeveel inspecties worden uitgevoerd, hoeveel overtredingen worden vastgesteld en hoeveel daarvan leiden tot herstel, boetes of andere sancties. Ook moet duidelijk zijn hoe snel klachten worden afgehandeld en in welke districten de controlecapaciteit tekortschiet. Zonder dergelijke informatie blijft de effectiviteit van het beleid moeilijk te beoordelen. Volgens Baasaron worden twintig tot vijfentwintig basisgoederen nauwlettend gemonitord. De gemiddelde prijsstijging tussen 6 februari en het moment van rapportage zou minder dan één procent bedragen. Dat cijfer klinkt geruststellend, maar is op zichzelf onvoldoende om conclusies te trekken over de betaalbaarheid van het dagelijks leven.
Een gemiddelde kan immers verhullen dat bepaalde producten aanzienlijk duurder zijn geworden. Bovendien zegt een beperkte prijsstijging binnen een geselecteerde groep basisgoederen niet automatisch dat de totale kosten van levensonderhoud beheersbaar zijn. Daarvoor zijn transparante gegevens nodig over de afzonderlijke producten, de meetperiode, de prijsverschillen tussen winkels en districten en de ontwikkeling van de koopkracht. Prijsmonitoring heeft pas echte maatschappelijke waarde wanneer de resultaten openbaar, controleerbaar en bruikbaar zijn. De overheid moet niet alleen melden dat prijzen worden gemeten, maar ook duidelijk maken welke maatregelen volgen wanneer buitensporige prijsstijgingen of andere overtredingen worden vastgesteld. Meten zonder zichtbaar vervolg is onvoldoende. De ECD heeft volgens de minister tijdens veldbezoeken ook problemen met etikettering vastgesteld. Productinformatie moet bij voorkeur in het Nederlands of Engels worden weergegeven. Het ministerie probeert ondernemers daarom beter te informeren, onder meer met flyers in het Chinees en Portugees. Dat is een praktische aanpak, omdat taalbarrières naleving kunnen bemoeilijken. Toch mag voorlichting geen excuus worden voor gebrekkige handhaving. Ondernemers moeten een redelijke gelegenheid krijgen om onbedoelde fouten te herstellen, maar herhaalde overtredingen mogen niet zonder gevolgen blijven. De minister stelt dat bij herhaaldelijk falen boetes kunnen worden opgelegd, goederen in beslag kunnen worden genomen en in ernstige gevallen winkels kunnen worden gesloten of vergunningen ingetrokken.
Juist daarom is een consequente toepassing van de regels essentieel. Ondernemers moeten weten welke verplichtingen gelden, terwijl consumenten erop moeten kunnen vertrouwen dat overtredingen niet afhankelijk van de situatie of de beschikbare capaciteit worden behandeld. Gelijke regels vereisen een gelijkwaardige en voorspelbare handhaving. Baasaron benadrukt terecht dat zowel de consument als de ondernemer belang heeft bij een gezonde economische omgeving. Ondernemers moeten hun kosten kunnen dekken en een redelijke bedrijfsvoering kunnen handhaven. Tegelijkertijd mag winst niet ten koste gaan van consumenten die voor hun dagelijkse levensbehoeften afhankelijk zijn van betaalbare en veilige producten. Die balans ontstaat echter niet vanzelf. Daarvoor is een overheid nodig die regels duidelijk communiceert, overtredingen zorgvuldig onderzoekt en sancties daadwerkelijk toepast. De ECD moet daarom niet alleen meer voertuigen en personeel krijgen, maar ook voldoende operationele middelen, deskundige leiding en een transparant verantwoordingssysteem. De kern van het probleem is, de samenleving kan niet worden gevraagd vertrouwen te hebben in economische controle wanneer de uitvoerende dienst zelf aangeeft onvoldoende armslag te hebben. De erkenning van de minister is een begin, maar geen resultaat. Het ministerie moet die erkenning vertalen in concrete investeringen, meetbare doelstellingen en openbare rapportages. Een sterke ECD is geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor eerlijke handel, geloofwaardige prijscontrole en effectieve consumentenbescherming. Zolang de dienst niet over de middelen en bevoegdheden beschikt om haar taken consequent uit te voeren, blijft de bescherming van de consument kwetsbaar en dreigt economische controle vooral een belofte op papier te blijven.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com