Met de verwachte start van offshore olieproductie in 2028 snel in zicht, waarschuwt VHP fractieleider Asis Gajadien dat Suriname kostbare jaren kan verspillen wanneer de overheid blijft wachten op toekomstige inkomsten zonder ondertussen de productiesector, het ondernemingsklimaat en de bestuurlijke voorwaarden voor duurzame welvaart te versterken.
Gajadien deed zijn uitspraken na een drukbezochte ontmoeting met ondernemers die zelf het initiatief hadden genomen om met hem te spreken over de economische koers van het land. De belangstelling voor de bijeenkomst wijst volgens hem op een groeiende behoefte aan structureel overleg tussen beleidsmakers en het bedrijfsleven.
Tijdens het gesprek kwamen de belastingdruk, regelgeving, local content, financiering en de economische rol van de overheid uitgebreid aan de orde. Achter deze onderwerpen schuilt dezelfde fundamentele vraag, namelijk of Suriname ondernemers werkelijk als motor van groei wil behandelen of hen vooral blijft zien als bron van belastinginkomsten en administratieve verplichtingen.
De staat moet zich volgens Gajadien vooral richten op het scheppen van betrouwbare voorwaarden. Diensten die op een doelmatige wijze door particuliere ondernemingen kunnen worden aangeboden, hoeven niet automatisch door de overheid te worden uitgevoerd. De publieke sector blijft echter verantwoordelijk voor toezicht, eerlijke concurrentie, infrastructuur, onderwijs en bescherming van het algemeen belang.
Deze verdeling van verantwoordelijkheden vraagt om een overheid die sterk genoeg is om richting te geven, maar terughoudend genoeg blijft om particuliere investeringen niet te verdringen. Een uitdijend staatsapparaat dat tegelijkertijd traag vergunningen verstrekt, laat betaalt en ingewikkelde procedures in stand houdt, kan moeilijk van ondernemers verwachten dat zij risico’s nemen en nieuwe arbeidsplaatsen creëren.
De waarschuwing over economische afhankelijkheid wordt ondersteund door de bestaande structuur van de Surinaamse economie. Meer dan tachtig procent van de exportopbrengsten komt uit de mijnbouwsector, terwijl bijna de helft van de overheidsinkomsten met deze sector samenhangt. Het land blijft daardoor bijzonder kwetsbaar voor dalende grondstoffenprijzen en andere internationale schokken.
Olie kan de inkomsten van de staat straks fors verhogen, maar geld uit de bodem is nog geen bewijs van economische ontwikkeling. Blijvende welvaart ontstaat pas wanneer inkomsten worden omgezet in kennis, infrastructuur, productieve ondernemingen en banen die ook bestaan wanneer olieprijzen dalen of reserves uitgeput raken.
Gajadien vreest dat de komende olieopbrengsten slechts een tijdelijke opleving veroorzaken wanneer structurele hervormingen uitblijven. Hogere overheidsuitgaven kunnen de consumptie stimuleren, maar zonder groei van de binnenlandse productie neemt ook de vraag naar geïmporteerde goederen toe. Het gevolg kan een economie zijn waarin meer geld circuleert, maar het grootste deel daarvan opnieuw naar het buitenland verdwijnt.
De landbouw en bosbouw verdienen volgens hem daarom veel meer aandacht. Beide sectoren beschikken over mogelijkheden voor voedselproductie, verwerking, export en werkgelegenheid, maar verliezen terrein door hoge kosten, gebrekkige infrastructuur, onzekere afzet en onvoldoende investeringen.
Economische diversificatie vraagt in deze sectoren om volledige waardeketens. Landbouwers moeten niet alleen kunnen produceren, maar hun oogst ook kunnen opslaan, verwerken, verpakken, certificeren en exporteren. De bosbouw moet zich minder richten op de uitvoer van onbewerkt hout en meer op meubels, bouwmaterialen en andere producten waaraan binnen Suriname waarde wordt toegevoegd.
Hoge prijzen zijn eveneens verbonden aan de zwakke binnenlandse productie. Wanneer een groot deel van voedsel, machines, bouwmaterialen en gebruiksgoederen wordt geïmporteerd, worden wisselkoersbewegingen, transportkosten en internationale prijsstijgingen vrijwel rechtstreeks doorgerekend aan consumenten.
Meer productie kan deze kwetsbaarheid verkleinen, maar ondernemers moeten dan wel kunnen investeren. De financiële sector speelt daarbij een cruciale rol, omdat bedrijven zonder betaalbaar krediet nauwelijks moderne machines kunnen aanschaffen, productie kunnen uitbreiden of nieuwe markten kunnen bereiken.
Local content moet eveneens verder gaan dan een politiek begrip dat vooral rond de olie en gassector wordt gebruikt. Surinaamse bedrijven hebben tijd nodig om certificeringen te behalen, personeel op te leiden, kapitaal aan te trekken en internationale kwaliteitsnormen in hun bedrijfsvoering op te nemen. Wanneer de regels pas kort voor de olieproductie worden vastgesteld, zullen vooral buitenlandse ondernemingen klaarstaan om de grootste opdrachten binnen te halen.
Gajadien pleit ook voor een eenvoudiger vergunningenstelsel. Ondernemers verliezen tijd en geld wanneer aanvragen langs verschillende ministeries en diensten moeten, procedures onvoldoende transparant zijn en beslissingen maandenlang uitblijven. Digitalisering kan helpen, maar alleen wanneer achter het digitale loket duidelijke termijnen, bevoegde medewerkers en afdwingbare verantwoordelijkheden staan.
Fiscale stimulansen kunnen bedrijven volgens de fractieleider meer ruimte geven om winsten opnieuw te investeren. Een goed ontworpen regeling kan investeringen in machines, technologie, opleiding en uitbreiding aantrekkelijker maken, maar moet gepaard gaan met toezicht om misbruik en kunstmatige belastingconstructies te voorkomen.
De oproep om de staat een faciliterende rol te geven, ontslaat de overheid niet van haar verantwoordelijkheid om resultaten te eisen. Bedrijven die belastingvoordelen, concessies of overheidsopdrachten ontvangen, moeten aantoonbaar investeren, banen creëren, werknemers opleiden en zoveel mogelijk lokaal inkopen.
De ondernemersdialoog krijgt begin december een vervolg, waarbij ook ondernemers uit Nickerie worden betrokken. Die uitbreiding is belangrijk, omdat economisch beleid te vaak vanuit Paramaribo wordt ontworpen zonder voldoende rekening te houden met de landbouw, visserij, transportproblemen en financieringsbehoeften van de districten.
Een geloofwaardige economische koers voor Suriname vraagt voor 2028 om een eenvoudiger vergunningenloket, een voorspelbaar belastingstelsel, toegankelijke investeringsfinanciering, een uitvoerbare local contentwet en concrete groeiprogramma’s voor landbouw, bosbouw, toerisme, technologie en verwerking. Iedere maatregel moet worden gekoppeld aan aantallen bedrijven, investeringen, banen en exportopbrengsten, zodat de samenleving kan beoordelen of de beloofde diversificatie werkelijk plaatsvindt.
De olievoorraad kan Suriname een uitzonderlijke financiële mogelijkheid geven, maar geen enkele bron garandeert vanzelf welvaart. De doorslaggevende vraag is daarom niet hoeveel geld straks binnenkomt, maar hoeveel sterke Surinaamse ondernemingen, duurzame arbeidsplaatsen en nieuwe exportproducten het land heeft opgebouwd voordat de eerste grote oliestroom begint.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com