De Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) heeft een kennismakingsbezoek gebracht aan het Ministerie van Financiën en Planning. Het lijkt om een reguliere kennismaking tussen overheidsinstanties te gaan, maar de onderwerpen die tijdens het overleg aan de orde kwamen, raken aan fundamentele problemen binnen de Surinaamse bos en houtsector. De versterking van SBB, de inkomsten uit de sector, de inning van concessierechten, toezicht en lokale houtverwerking zijn geen afzonderlijke dossiers. Ze vormen samen de kern van de vraag of Suriname zijn bosrijkdom daadwerkelijk effectief en duurzaam weet te beheren. De huidige situatie van SBB maakt duidelijk dat er meer nodig is dan bestuurlijke gesprekken en beleidsvoornemens. Een organisatie die verantwoordelijk is voor bosbeheer en toezicht moet beschikken over voldoende financiële middelen, deskundig personeel, effectieve controlemechanismen en een duidelijke institutionele positie. Wanneer die voorwaarden onvoldoende zijn ingevuld, ontstaat een situatie waarin toezicht op papier wel bestaat, maar in de praktijk beperkt wordt door capaciteit en middelen.
Vooral de inkomstenbasis verdient daarbij kritische aandacht. De bos en houtsector vertegenwoordigt een belangrijke economische waarde, maar die waarde vertaalt zich niet automatisch in voldoende inkomsten voor de staat en een sterke financiële positie van de toezichthoudende organisatie. De inning van concessierechten vormt daarom een essentieel onderdeel van het gesprek met Financiën en Planning. Een systeem waarbij rechten wel verschuldigd zijn, maar onvoldoende of niet tijdig worden geïnd, ondermijnt niet alleen de inkomsten van de overheid, maar ook de geloofwaardigheid van het beheer van de sector. Daarbij komt dat toezicht alleen effectief is wanneer overtredingen daadwerkelijk kunnen worden vastgesteld en opgevolgd. Controle op concessies, houtkap en naleving van voorwaarden vraagt om een goed georganiseerde en financieel weerbare SBB. Zonder voldoende capaciteit bestaat het risico dat toezicht achter de feiten aanloopt en dat de staat onvoldoende grip houdt op een natuurlijke hulpbron die voor Suriname van grote economische en ecologische betekenis is. Ook de discussie over lokale houtverwerking is van belang.
Suriname kan economisch meer uit zijn houtsector halen wanneer hout niet uitsluitend als grondstof wordt uitgevoerd, maar in toenemende mate lokaal wordt verwerkt. Dat kan bijdragen aan werkgelegenheid, ondernemerschap, belastinginkomsten en een hogere toegevoegde waarde binnen de eigen economie. Lokale verwerking vereist echter meer dan een beleidsdoelstelling. Het vraagt om investeringen, infrastructuur, marktontwikkeling, duidelijke regelgeving en een sector die onder controle staat. Daarmee komt het gesprek tussen SBB en het Ministerie van Financiën en Planning op een belangrijk moment. De versterking van SBB mag niet worden gezien als uitsluitend een interne organisatorische aangelegenheid. Het functioneren van SBB heeft directe gevolgen voor staatsinkomsten, economische ontwikkeling en de manier waarop Suriname zijn bossen beheert. De aangekondigde vervolgstap is dat SBB de besproken voorstellen en het strategisch plan verder uitwerkt en schriftelijk aan het ministerie voorlegt. Daarmee begint echter pas het traject waarin plannen moeten worden vertaald naar concrete maatregelen.
Een strategisch plan heeft weinig waarde wanneer het niet wordt gekoppeld aan duidelijke prioriteiten, uitvoeringsverantwoordelijkheden, financiering en meetbare resultaten. Juist daar ligt de belangrijkste uitdaging. De sector heeft geen gebrek aan beleidsvoornemens alleen, de daadwerkelijke versterking van toezicht, inkomsteninning en lokale verwerking vereist structurele besluiten en consequente uitvoering. Het verbeteren van de financiële positie van SBB zal daarom hand in hand moeten gaan met betere controle op concessies en een transparanter systeem voor het innen van de verschuldigde rechten. Het kennismakingsbezoek biedt daarmee een mogelijkheid om een bredere hervorming van de bos en houtsector in gang te zetten. De verantwoordelijkheid ligt niet uitsluitend bij SBB. Ook het Ministerie van Financiën en Planning zal moeten bepalen welke financiële en institutionele voorwaarden nodig zijn om de sector beter te laten functioneren. De kern van de opgave is uiteindelijk eenvoudig, Suriname beschikt over een omvangrijke natuurlijke rijkdom, maar economische waarde ontstaat pas wanneer die rijkdom verantwoord wordt beheerd, effectief wordt gecontroleerd en voldoende opbrengsten genereert voor de samenleving. De komende uitwerking van het strategisch plan zal moeten aantonen of het overleg leidt tot daadwerkelijke versterking van SBB en de houtsector of opnieuw blijft steken in goede voornemens.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com