Minister van Financiën en Planning Adelien Wijnerman is gestart met de bilaterale gesprekken met de verschillende collega ministers en Staatsorganen over de Ontwerpbegroting voor het dienstjaar 2027. Aan tafel schuiven directieteams, begrotingsafdelingen en financiële deskundigen aan. Maar achter de ambtelijke taal en keurige formuleringen ligt een veel hardere werkelijkheid, de staat beschikt niet over onbeperkte middelen, terwijl de politieke ambities doorgaans groter zijn dan de financiële ruimte. De bilaterale gesprekken moeten duidelijk maken welke uitgaven noodzakelijk zijn, welke inkomsten beschikbaar zijn en welke beleidsprioriteiten daadwerkelijk kunnen worden betaald. Dat is geen administratieve formaliteit. Het is een van de belangrijkste momenten waarop de regering moet aantonen of zij bereid is keuzes te maken, prioriteiten te stellen en vooral ook impopulaire beslissingen te nemen. De begroting van 2027 kan niet opnieuw worden opgebouwd als een lange opsomming van politieke wensen, projecten en beleidsvoornemens zonder harde financiële onderbouwing.
Iedere minister zal zijn of haar prioriteiten verdedigen. Iedere instelling zal wijzen op noodzakelijke uitgaven. Maar uiteindelijk blijft dezelfde realiteit overeind, iedere SRD die de overheid uitgeeft, moet ergens vandaan komen. De bevolking heeft weinig aan een begroting die op papier ambitieus oogt, maar in de praktijk onvoldoende financiële dekking heeft. Mooie beleidsdoelen zijn waardeloos wanneer de uitvoering structureel wordt vertraagd, projecten jarenlang blijven liggen of de overheid vervolgens gedwongen wordt om opnieuw geld te zoeken. Een begroting moet daarom niet alleen aangeven wat de regering wil doen, maar vooral wat zij daadwerkelijk kan betalen. De bilaterale gesprekken bieden de minister van Financiën en Planning dan ook een uitgelezen kans om eindelijk scherper onderscheid te maken tussen noodzakelijk, wenselijk en politiek aantrekkelijk. Dat onderscheid is essentieel. Niet iedere wens kan een prioriteit zijn. Wanneer alles prioriteit wordt genoemd, bestaat er uiteindelijk geen enkele echte prioriteit meer.
Daarbij moet ook kritisch worden gekeken naar de efficiëntie van de staatsuitgaven. Het probleem van de overheid zit immers niet uitsluitend aan de inkomstenkant. Ook de manier waarop beschikbare middelen worden besteed, verdient voortdurend onderzoek. Structurele inefficiëntie, versnippering van middelen, dubbele uitgaven en onvoldoende controle kunnen een begroting onder druk zetten, zelfs wanneer de inkomsten verbeteren. Een verantwoord begrotingsproces vereist daarom meer dan overleg tussen ministers en financiële afdelingen. Het vereist discipline. Het vereist transparantie. En vooral vereist het de bereidheid om bestaande uitgaven tegen het licht te houden, ook wanneer het gaat om uitgaven die politiek gevoelig liggen. De regering kan zich niet blijven verschuilen achter algemene termen als strategische beleidsdoelen, sociale vooruitgang en doelmatige inzet van publieke middelen. Deze begrippen klinken goed, maar krijgen pas betekenis wanneer ze worden vertaald naar concrete bedragen, meetbare resultaten en duidelijke verantwoordelijkheden. Als een ministerie meer geld krijgt, moet vervolgens zichtbaar zijn wat de samenleving daarvoor terugkrijgt. Als een Staatsorgaan extra middelen vraagt, moet duidelijk worden waarom die middelen noodzakelijk zijn en welke resultaten worden verwacht.
En wanneer bepaalde uitgaven worden gehandhaafd, moet kunnen worden uitgelegd waarom die belangrijker zijn dan andere maatschappelijke behoeften. De Ontwerpbegroting 2027 moet bovendien realistisch zijn. Suriname kan zich geen begroting veroorloven die afhankelijk is van optimistische inkomstenramingen of onzekere economische ontwikkelingen. Een overheid die structureel meer belooft dan zij financieel kan dragen, schuift de rekening uiteindelijk door naar de samenleving. Dat gebeurt via hogere lasten, minder publieke dienstverlening, oplopende schulden of een combinatie daarvan. De gesprekken tussen Financiën, de ministeries en Staatsorganen moeten daarom niet slechts een ronde van onderhandelingen worden waarin iedereen probeert zoveel mogelijk middelen veilig te stellen. Het moet een confrontatie met de financiële werkelijkheid worden. Minister Wijnerman heeft daarbij een moeilijke, maar cruciale taak. Als minister van Financiën en Planning moet zij niet alleen de financiële wensen van andere ministeries coördineren, maar ook grenzen stellen. Een minister die iedere aanvraag probeert te accommoderen, beheert geen begroting, die verschuift slechts het probleem naar de toekomst.
De samenleving heeft behoefte aan een begroting waarin keuzes zichtbaar zijn. Een begroting waarin duidelijk wordt welke problemen eerst worden aangepakt, welke projecten worden uitgesteld en waar de overheid bereid is om daadwerkelijk te bezuinigen. Transparantie betekent immers niet alleen cijfers publiceren, maar ook verantwoorden waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. De bilaterale gesprekken zijn daarmee meer dan een technisch overleg. Ze vormen een test voor de financiële geloofwaardigheid van de regering. De komende begroting zal laten zien of beleidsmakers werkelijk bereid zijn om prioriteiten te stellen of opnieuw proberen iedereen tevreden te houden met beperkte publieke middelen. Een gezonde overheidsfinanciën ontstaat niet door mooie formuleringen, maar door harde keuzes, controle en consequent beleid. De begroting van 2027 moet daarom geen document worden waarin vooral wordt beschreven wat de regering allemaal wil. Het moet een financieel contract met de samenleving zijn, realistisch, controleerbaar en gebaseerd op wat daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Want uiteindelijk wordt de kwaliteit van een begroting niet bepaald door de hoeveelheid plannen die erin staan, maar door de mate waarin de overheid haar beloften kan waarmaken.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com