Suriname heeft opnieuw een belangrijke overeenkomst ondertekend. Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) en het United Nations Development Programme (UNDP) gaan samen werken aan de eerste klimaat en transparantierapportages van het land. Dat klinkt als goed nieuws, er komt internationale ondersteuning, ruim USD 1,2 miljoen aan financiering en een project dat maar liefst 52 maanden loopt. Maar achter de keurige ceremonie en de indrukwekkende afkortingen schuilt een veel fundamentelere vraag, is Suriname eindelijk bereid om zichzelf op klimaatgebied eerlijk in de spiegel te bekijken? Minister Patrick Brunings zette namens OGM zijn handtekening onder de overeenkomst. UNDP werd vertegenwoordigd door Ms. Katy Tompson. Het project moet onder meer inzicht geven in de uitstoot van broeikasgassen, de voortgang van nationale klimaatdoelen, de gevolgen van klimaatverandering en de financiële, technische en technologische steun die Suriname ontvangt of nodig heeft. Want zonder betrouwbare cijfers is klimaatbeleid grotendeels politiek show.
Een land kan ambitieuze doelstellingen formuleren, mooie strategieën presenteren en internationale conferenties toespreken, maar zonder harde data blijft het onmogelijk om vast te stellen wat daadwerkelijk wordt bereikt. Suriname gaat werken aan zijn eerste Biennial Transparency Report, BTR1 en een gecombineerde Fourth National Communication en Second Biennial Transparency Report, NC4/BTR2. BTR1 moet in december 2027 worden ingediend en NC4/BTR2 in december 2029. De financiering bedraagt USD 1,233 miljoen uit het GEF Trust Fund. Een aanzienlijk bedrag, maar de echte waarde van het project zal niet worden bepaald door het bedrag op papier. De test komt wanneer ministeries, overheidsdiensten, bedrijven en andere organisaties daadwerkelijk gegevens moeten leveren. Dan wordt zichtbaar hoe goed Suriname zijn eigen huishouding kent. Klimaatdata zitten verspreid over verschillende sectoren en instellingen. Daarop blijft de Green Development Strategy voor een belangrijk deel afhankelijk van aannames. Het project kiest voor een zogenoemde learning by doing aanpak.
Dat klinkt verstandig, omdat Suriname niet alleen rapportages moet produceren, maar tegelijkertijd nationale capaciteit moet opbouwen. De bedoeling is een robuuster systeem te creëren voor monitoring, rapportage en verificatie. Suriname heeft in het verleden vaker ambitieuze beleidsdocumenten geproduceerd die uiteindelijk moeite hadden om de stap van papier naar uitvoering te maken. Rapporten kunnen worden geschreven, systemen kunnen worden ontworpen en internationale verplichtingen kunnen worden afgevinkt. Maar als de gegevens onvolledig zijn, instellingen langs elkaar heen werken en verantwoordelijkheden niet duidelijk zijn, ontstaat uiteindelijk slechts een fraai verpakte papieren realiteit. De klimaatcrisis wacht ondertussen niet op administratieve hervormingen. Daarom is de oproep van UNDP vertegenwoordiger Katy Tompson over begrijpelijke communicatie misschien wel belangrijker dan ze op het eerste gezicht lijkt. De vele technische termen en afkortingen mogen volgens haar niet verhullen waarom dit proces belangrijk is. De gemiddelde Surinamer heeft weinig aan BTR1, NC4, ETF of Artikel 13 als daar geen begrijpelijke werkelijkheid achter zit.
Burgers willen weten wat klimaatverandering betekent voor hun leefomgeving, hun economie, landbouw, waterbeheer, infrastructuur en toekomst. Transparantie betekent daarom niet alleen rapporteren aan internationale organisaties. Transparantie betekent ook dat de samenleving kan begrijpen wat de overheid meet, waarom zij dat meet en wat zij vervolgens met die informatie doet. Daarmee wordt dit project meer dan een internationale rapportageverplichting. Het kan een test worden voor de kwaliteit van bestuur zelf. Want betrouwbare klimaatdata kunnen Suriname helpen om sterker te staan bij het aantrekken van internationale klimaatfinanciering. Wie kan aantonen waar de problemen liggen, welke investeringen nodig zijn en welke resultaten worden geboekt, staat internationaal sterker. Maar wie met gebrekkige of tegenstrijdige cijfers komt, verliest geloofwaardigheid. De komende 52 maanden zullen daarom moeten uitwijzen of Suriname werkelijk een transparanter klimaatbeleid wil bouwen of slechts een nieuwe reeks documenten aan zijn groeiende beleidsarchief wil toevoegen.
De ondertekening van de overeenkomst is het gemakkelijke deel. De moeilijke fase begint nu. De echte uitdaging is niet het produceren van rapporten. Het is het produceren van betrouwbare cijfers, het afdwingen van samenwerking tussen instellingen en het vervolgens gebruiken van die informatie om moeilijke politieke keuzes te maken. Als dat lukt, kan deze USD 1,233 miljoen een investering blijken die veel verder reikt dan klimaatrapportage. Dan ontstaat een fundament voor beter bestuur, betere planning en een sterkere onderhandelingspositie voor Suriname. Maar als de rapportages uiteindelijk slechts nette documenten worden die op tijd naar internationale instanties worden gestuurd, zonder dat de onderliggende systemen structureel verbeteren, dan blijft vooral één conclusie over, Suriname heeft opnieuw uitstekend gerapporteerd over zijn problemen, zonder ze daadwerkelijk op te lossen. De komende jaren zullen moeten bewijzen aan welke kant van die lijn het land terechtkomt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com