De diplomatieke parade op het presidentieel paleis oogt indrukwekkend. De nieuwe ambassadeurs van Nederland, Groot-Brittannië, Iran, Sri Lanka, Zambia, de Verenigde Arabische Emiraten en de Filippijnen overhandigden hun geloofsbrieven aan president Jennifer Simons. Ze kwamen met mooie woorden over samenwerking, handel, investeringen, klimaat, technologie, landbouw, toerisme en economische diplomatie. Maar achter die keurige diplomatieke formuleringen schuilt een ongemakkelijke realiteit, Suriname heeft al jaren geen gebrek aan internationale belangstelling, maar wel aan het vermogen om die belangstelling om te zetten in concrete resultaten. De komst van zeven ambassadeurs wordt gepresenteerd als een kans om de bilaterale betrekkingen naar een hoger niveau te tillen. Dat klinkt goed, maar diplomatie wordt uiteindelijk niet afgerekend op de ontvangst van geloofsbrieven, vriendelijke verklaringen of officiële foto’s. Het echte resultaat moet zichtbaar worden in investeringen, handelsstromen, kennisoverdracht, werkgelegenheid, technologie en concrete economische kansen voor Suriname.
Ambassadeur Ali Chegeni van Iran spreekt over de overeenkomsten tussen beide landen en ziet mogelijkheden in industrie, landbouw, technologie en toerisme. Dat zijn stuk voor stuk sectoren waarin Suriname inderdaad behoefte heeft aan ontwikkeling. Maar juist daar ligt de uitdaging. Suriname heeft geen tekort aan sectoren waarin mogelijkheden bestaan. Het land heeft behoefte aan partners die bereid zijn die mogelijkheden daadwerkelijk te financieren, uit te voeren en langdurig te ondersteunen. Ook Sri Lanka komt met een ambitieuze agenda. Ambassadeur Colonne Appuhamillage Chaminda Inoka Colonne wil de economische en handelsbetrekkingen versterken, economische diplomatie bevorderen en de Zuid-Zuid samenwerking uitbreiden. Daarnaast worden politieke consultaties, visumvrijstelling voor diplomatieke en officiële paspoorten en parlementaire uitwisseling genoemd. Dat klinkt als een breed pakket, maar opnieuw geldt dat de waarde ervan afhankelijk is van de uitvoering. Suriname kan zich geen diplomatie veroorloven die blijft steken in intentieverklaringen en protocol. Het land moet veel zakelijker omgaan met internationale relaties.
Iedere buitenlandse vertegenwoordiging zou moeten worden geconfronteerd met de vraag welke concrete toegevoegde waarde een samenwerking oplevert. Niet alleen voor regeringen en diplomaten, maar vooral voor de Surinaamse economie en bevolking. Ook de nieuwe Nederlandse ambassadeur Martine Jacoba Busstra ziet mogelijkheden voor verdieping van de relatie. Nederland blijft voor Suriname een belangrijke partner en de opkomende olie en gassector biedt volgens haar nieuwe kansen voor economische samenwerking. Juist hier moet Suriname oppassen. De olie en gassector mag geen excuus worden om opnieuw achterover te leunen en te wachten tot buitenlandse partijen bepalen wat er met de nationale rijkdom gebeurt. De natuurlijke hulpbronnen van Suriname moeten een hefboom worden voor bredere economische ontwikkeling. Dat betekent investeren in lokale kennis, opleidingen, infrastructuur, technologie en ondernemerschap. Buitenlandse samenwerking moet daarbij een middel zijn, geen doel op zichzelf. De Britse ambassadeur Joseph Guy Fisher, met Georgetown als standplaats, richt zich op handel, investeringen, klimaatweerbaarheid, natuur en milieu. Ook dat zijn belangrijke thema’s. Suriname beschikt over een enorme natuurlijke rijkdom, maar natuur alleen maakt een land nog niet welvarend.
De uitdaging is om bescherming van het milieu te combineren met economische ontwikkeling en tegelijkertijd te voorkomen dat internationale klimaat en natuurdiplomatie vooral mooie conferentietoespraken oplevert. De aanwezigheid van ambassadeurs uit landen als Zambia, de Verenigde Arabische Emiraten en de Filippijnen biedt eveneens kansen om Suriname uit zijn traditionele diplomatieke comfortzone te halen. Het land moet verder kijken dan de bekende partners en veel agressiever op zoek gaan naar nieuwe markten, investeerders, technologie en kennis. Maar daarvoor is wel een duidelijke nationale strategie nodig. Diplomatie zonder economische agenda blijft grotendeels ceremonieel. Suriname moet weten wat het van ieder land wil, welke sectoren prioriteit hebben en welke concrete afspraken binnen een bepaalde termijn gerealiseerd moeten worden. De nieuwe ambassadeurs hebben hun geloofsbrieven overhandigd. Daarmee begint het echte werk pas. Suriname kan zich niet langer tevredenstellen met diplomatieke beleefdheden en optimistische verklaringen. Het land heeft behoefte aan resultaten. De komende jaren zullen moeten uitwijzen of deze nieuwe diplomatieke vertegenwoordiging daadwerkelijk leidt tot meer handel, meer investeringen, meer kennis en meer kansen voor Suriname. Want uiteindelijk telt niet hoeveel ambassadeurs in het presidentieel paleis worden ontvangen, maar wat hun aanwezigheid daadwerkelijk oplevert voor het land.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com