De discussie over een wereld die minder leunt op de Amerikaanse dollar wordt steeds minder theoretisch, omdat sancties, handelsconflicten, kwetsbare toeleveringsketens en hoge wisselkosten landen dwingen opnieuw naar hun financiële speelruimte te kijken. Binnen BRICS krijgt die zoektocht extra gewicht, aangezien de aangesloten economieën samen goed zijn voor een groot deel van de wereldeconomie en internationale handel, maar de aandacht gaat te vaak naar het beeld van één nieuwe BRICS munt die de dollar moet verdringen. Dat beeld klinkt krachtig, maar verbergt een veel moeilijkere werkelijkheid.
Een gezamenlijke munt vraagt namelijk meer dan politieke verklaringen en economische ambities. De euro kon pas ontstaan na decennia van integratie, afspraken over begrotingen, gezamenlijke instituties en een centrale bank die vertrouwen moest afdwingen. BRICS bestaat uit landen met uiteenlopende economische belangen, verschillende financiële markten, eigen kapitaalregels en soms stevige geopolitieke spanningen. Zonder gezamenlijk begrotingsbeleid, een geloofwaardige centrale monetaire autoriteit en brede politieke bereidheid zou een gedeelde munt eerder nieuwe onzekerheid creëren dan financiële onafhankelijkheid brengen.
De werkelijke vraag is daarom niet of BRICS snel een alternatief symbool voor de dollar kan drukken, maar hoe handel tussen de lidstaten minder afhankelijk kan worden van een munt die buiten hun eigen invloed ligt. Zelfs transacties tussen landen die geen directe relatie met de Verenigde Staten hebben, lopen vaak alsnog via dollars. Daardoor moeten centrale banken grote dollarvoorraden aanhouden, betalen bedrijven meerdere wisselkosten en blijft de handel blootstaan aan politieke druk die via het internationale betalingssysteem kan worden uitgeoefend.
Rechtstreekse handel in nationale munten biedt een praktischer vertrekpunt. India kan Russische goederen bijvoorbeeld in roepies betalen, waarna Rusland die roepies gebruikt om Indiase producten te kopen of zaken te doen met andere partners die de munt accepteren. Het voordeel lijkt eenvoudig, omdat nationale valuta binnen de eigen economische kring blijven circuleren, maar precies daar ligt ook de kwetsbaarheid. Een land dat structureel veel meer verkoopt dan koopt, bouwt uiteindelijk grote tegoeden op in een munt die het niet gemakkelijk kan besteden, beleggen of omwisselen.
Die ophoping van ongebruikte valuta vormt de kern van het probleem. De dollar is niet alleen dominant omdat hij betalingen mogelijk maakt, maar vooral omdat bezitters ervan diepe financiële markten, liquide staatsobligaties en wereldwijd vertrouwen aantreffen. Een handelspartner die grote hoeveelheden roepies, rand of real ontvangt zonder daarmee rendement te kunnen behalen, zal op termijn opnieuw dollars eisen. De ervaring met bilaterale handelsregelingen heeft al laten zien dat lokale valuta pas werkelijk bruikbaar worden wanneer overschotten ook een productieve bestemming krijgen.
Een multilateraal vereffeningsmechanisme kan daarvoor een brug vormen. Lidstaten zouden elkaars valuta tot een vooraf afgesproken grens kunnen aanhouden, waarna hogere saldi via staatsobligaties, infrastructuurprojecten, energiefondsen of een gezamenlijke ontwikkelingsfaciliteit worden herbelegd. Een centrale clearinginstelling zou vervolgens niet iedere factuur afzonderlijk in harde valuta hoeven afwikkelen, maar periodiek de nettoverplichtingen tussen landen kunnen verrekenen. Degelijke systemen vragen wel om betrouwbare betaalinfrastructuur, juridische zekerheid, voldoende liquiditeit en sterke controles tegen afwikkelingsrisico, omdat een grensoverschrijdende betaling pas waarde heeft wanneer beide partijen zeker zijn dat zij daadwerkelijk geleverd krijgen.
Ook Suriname heeft belang bij die strategische benadering, omdat minder afhankelijkheid van buitenlandse valuta alleen duurzaam wordt wanneer het land tegelijk investeert in veilige betaalrails, transparante financiële rapportage, goed functionerende kapitaalmarkten en regionale handelsrelaties die meer zijn dan politieke beloften. Een nieuwe munt zonder vertrouwen en technische capaciteit zou weinig veranderen, maar betere betalingsverbindingen en investeringsmogelijkheden kunnen de ruimte voor handel binnen het Caribisch gebied en met opkomende economieën wel vergroten.
De toekomst van BRICS ligt daarom vermoedelijk niet in een spectaculaire muntlancering, maar in een netwerk waarin nationale valuta beter op elkaar aansluiten, overschotten productief worden ingezet en handelaren minder vaak gedwongen zijn via de dollar te werken. De dollar zal niet van de ene dag op de andere zijn centrale positie verliezen, maar iedere betrouwbare clearingafspraak, iedere liquide obligatiemarkt en iedere veilige rechtstreekse betaling kan de wereld wel stap voor stap minder afhankelijk maken van één financieel middelpunt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com