About
Mission
We connect journalism, community building and posting to feed society with reliable data and create equal development opportunities.
Vision
We are building a future where transparency, social cohesion and flexible talent combine to create impactful, data-driven decision-making.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Saudi-Arabië verlaat Amerika niet maar laat Washington voortaan betalen voor loyaliteit

Een bondgenootschap dat meer dan tachtig jaar bestand bleef tegen oorlogen, oliecrises, diplomatieke vernederingen en diepgaande ideologische verschillen, wordt niet plotseling ingeruild voor een nieuw kamp, maar Saudi-Arabië heeft wel besloten dat exclusieve afhankelijkheid van de Verenigde Staten niet langer voldoende bescherming, economische ruimte en politieke bewegingsvrijheid oplevert. Riyad gebruikt Amerikaanse wapens voor zijn verdediging, Chinese investeringen voor zijn economische modernisering en Russische samenwerking om de wereldwijde olieproductie te beïnvloeden, waardoor het koninkrijk geen eenvoudige overstap naar Beijing en Moskou maakt, maar een veel berekender strategie uitvoert. Amerika blijft onmisbaar, China wordt steeds belangrijker en Rusland blijft bruikbaar, maar geen van de drie krijgt nog vanzelfsprekend de volledige loyaliteit die Washington decennialang meende te bezitten.

De historische ontmoeting tussen de Amerikaanse president Franklin Roosevelt en koning Abdulaziz Al Saud op 14 februari 1945 aan boord van de USS Quincy groeide later uit tot het symbool van een relatie waarin Amerikaanse veiligheid en Saudi-Arabische olie elkaar strategisch versterkten. Er werd die dag geen eenvoudig contract ondertekend waarin olie formeel voor militaire bescherming werd geruild, maar de daaropvolgende decennia bouwden beide landen wel een orde waarin Washington toegang kreeg tot een betrouwbare energieleverancier en Riyad kon rekenen op wapens, training, diplomatieke bescherming en een Amerikaanse militaire aanwezigheid in de Golf. Die constructie overleefde zelfs het olie-embargo van 1973, omdat beide staten uiteindelijk meer te verliezen hadden bij een breuk dan bij het verdragen van hun onderlinge conflicten.

De eerste diepe barst ontstond niet doordat Saudi-Arabië plotseling meer sympathie kreeg voor China of Rusland, maar doordat de Amerikaanse schalieproductie de economische basis onder de oude afhankelijkheid veranderde. Washington werd minder kwetsbaar voor een onderbreking van Saudi-Arabische olie, terwijl Riyad tijdens de prijsval vanaf 2014 ontdekte hoe pijnlijk het was om een staatsbegroting op petroleum te bouwen wanneer de belangrijkste veiligheidsbondgenoot zelf een concurrerende olieproducent was geworden. De olieprijs daalde met meer dan de helft, het Saudi-Arabische overschot op de lopende rekening veranderde in 2015 in een tekort van 8,3 procent van het bruto binnenlands product en het begrotingstekort bereikte een omvang die de regering dwong reserves aan te spreken, schulden uit te geven en haar economische model te herzien.

Deze financiële schok vormde een belangrijke voedingsbodem voor Vision 2030, waarmee Riyad minder afhankelijk wil worden van ruwe olie en nieuwe inkomsten probeert op te bouwen rond industrie, toerisme, logistiek, technologie, mijnbouw, financiële dienstverlening en duurzame energie. De strategie heeft echter een fundamentele tegenstrijdigheid, omdat de economische bevrijding van olie voorlopig met olie-inkomsten moet worden betaald. Saudi-Arabië heeft daardoor geen belang bij een langdurig lage olieprijs, aangezien de enorme bouwprojecten, industriële ambities en overheidsinvesteringen alleen financieel beheersbaar blijven wanneer de staatskas voldoende petroleuminkomsten ontvangt.

Rusland werd vanuit die behoefte geen natuurlijke bondgenoot, maar een noodzakelijke marktpartner. De prijscrisis van 2014 tot en met 2016 maakte duidelijk dat de traditionele OPEC-landen de wereldmarkt niet langer effectief konden sturen wanneer grote producenten buiten het kartel hun productie bleven verhogen, waarna samenwerking met Moskou uitgroeide tot het bredere OPEC+ mechanisme. Saudi-Arabië en Rusland delen geen gemeenschappelijke politieke ideologie en staan in verschillende regionale dossiers niet automatisch aan dezelfde kant, maar beide regeringen hebben een sterk financieel belang bij het voorkomen van een langdurige prijsinstorting. Hun samenwerking draait daarom vooral om productiequota, marktverwachtingen en de hoeveelheid olie die gezamenlijk uit de markt wordt gehaald of opnieuw beschikbaar wordt gesteld.

Moskou bezit binnen deze constructie invloed die het zonder OPEC+ moeilijk had kunnen bereiken, maar die invloed moet niet worden verward met een volwaardig veiligheidspartnerschap. Rusland kan Riyad helpen de oliemarkt te beheren, diplomatieke kanalen openhouden en als alternatieve gesprekspartner dienen, maar beschikt niet over het militaire netwerk, de defensietechnologie, logistieke infrastructuur en operationele aanwezigheid waarmee de Verenigde Staten de Golf al decennialang ondersteunen. De oorlog rond Iran heeft die beperking nog scherper zichtbaar gemaakt, omdat Russische diplomatie de regionale escalatie niet kon voorkomen en Moskou geen geloofwaardig alternatief bleek voor de Amerikaanse afschrikking waarop de Golfstaten tijdens directe militaire dreiging blijven terugvallen.

China bouwde zijn positie op een andere manier op, omdat Beijing Riyad niet vroeg om zijn bestaande bondgenootschap onmiddellijk op te geven, maar zich presenteerde als een partner die handel, infrastructuur, technologie en investeringen kon leveren zonder voortdurend politieke voorwaarden aan de samenwerking te verbinden. Saudi-Arabië levert energie aan China, Chinese ondernemingen bouwen industriële installaties en digitale infrastructuur, terwijl beide landen de Chinese Belt and Road Initiative en Vision 2030 steeds nadrukkelijker met elkaar verbinden. In september 2025 werden tijdens één Saudi-Chinese investeringsbijeenkomst tientallen overeenkomsten gesloten, gericht op industrie, toeleveringsketens, mijnbouw, technologie en andere economische sectoren.

De Chinese toenadering werd extra betekenisvol tijdens de moeizame voorbereidingen van de beursgang van Saudi Aramco, toen Riyad aanvankelijk vijf procent van het staatsoliebedrijf internationaal wilde verkopen, minstens honderd miljard dollar hoopte op te halen en een waardering van twee biljoen dollar nastreefde. Westerse investeerders en beurzen plaatsten vraagtekens bij de waardering, transparantie, staatscontrole en geopolitieke risico’s, waarna Chinese staatsbedrijven in 2017 belangstelling toonden voor een rechtstreekse aankoop van maximaal vijf procent. Het aanbod leidde niet tot de aangekondigde megatransactie en Aramco verkocht in 2019 uiteindelijk een veel kleiner belang via de Saudi-Arabische beurs, maar het Chinese gebaar liet zien dat Beijing bereid was financieel in te stappen op een moment waarop Westerse markten aarzelden.

Aramco heeft de samenwerking inmiddels veel verder uitgebreid dan de verkoop van ruwe olie en bezit belangen in Chinese raffinaderijen en petrochemische complexen die Saudi-Arabische olie voor tientallen jaren aan de Chinese industrie kunnen verbinden. Het bedrijf kondigde eind 2025 aan zijn investeringen in China verder te willen uitbreiden naar geavanceerde petrochemie, nieuwe energie, koolstofarme technologie en hoogwaardige materialen, waarbij de relatie nadrukkelijk werd beschreven als een verbintenis voor de komende vijftig jaar en langer. China wordt daarmee niet alleen behandeld als een grote klant, maar als het industriële eindpunt waarin Saudi-Arabische grondstoffen worden verwerkt tot producten met een hogere toegevoegde waarde.

Deze economische verstrengeling betekent niet dat Riyad de Chinese voorwaarden zonder weerstand accepteert. Saudi-Arabië wil buitenlandse technologie en productie binnenhalen, maar vreest tegelijkertijd dat goedkope Chinese producten de lokale industrieën kunnen wegdrukken die onder Vision 2030 met miljarden aan staatssteun worden opgebouwd. De onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen China en de Golfstaten verlopen daarom al jaren moeizaam, omdat Riyad toegang wil tot Chinese markten en kapitaal zonder zijn eigen fabrikanten volledig bloot te stellen aan de schaal en prijsconcurrentie van de Chinese industrie. Strategische samenwerking blijft ook hier een onderhandeling en geen blinde omarming.

Veel aandacht gaat naar de mogelijkheid dat Saudi-Arabië een deel van zijn olie in Chinese yuan gaat afrekenen, omdat zo een stap de symbolische positie van de Amerikaanse dollar zou aantasten. Besprekingen daarover zijn al jaren gemeld, maar er bestaat geen openbaar bewijs dat Riyad zijn oliehandel op grote schaal uit de dollar heeft verplaatst. De populaire bewering dat in 2024 een bindend vijftigjarig petrodollarverdrag afliep, berust eveneens op een mythe, aangezien er geen overeenkomst bestond die Saudi-Arabië formeel verplichtte al zijn olie uitsluitend in dollars te verkopen. De macht van de dollar rust minder op één contract dan op diepe kapitaalmarkten, Amerikaanse staatsobligaties, wereldwijde liquiditeit en een financiële infrastructuur waarin oliebedrijven, banken en regeringen hun transacties al tientallen jaren organiseren.

Een beperkte afrekening in yuan zou daarom vooral aantonen dat Riyad meer financiële mogelijkheden wil creëren en China als strategische klant tegemoetkomt, maar vormt nog geen instorting van de dollarorde. Saudi-Arabië houdt grote hoeveelheden activa in dollars aan, koppelt de riyal aan de Amerikaanse munt en heeft voor de financiering van zijn investeringen toegang nodig tot Westerse kapitaalmarkten. Een plotselinge monetair-politieke breuk zou de waarde van eigen reserves, de stabiliteit van de nationale munt en het vertrouwen van internationale investeerders kunnen schaden. Riyad wil het dollarrisico spreiden, maar heeft geen belang bij het vernietigen van een systeem waarin een belangrijk deel van zijn vermogen is opgeslagen.

De scherpste aanwijzing dat Saudi-Arabië de Verenigde Staten niet de rug heeft toegekeerd, kwam in 2025 toen beide landen hun economische, militaire en technologische samenwerking juist aanzienlijk uitbreidden. Riyad deed investeringsbeloften die volgens Washington opliepen van zeshonderd miljard dollar tot bijna één biljoen dollar, sloot een defensiepakket met een aangekondigde waarde van bijna 142 miljard dollar en kreeg uitzicht op geavanceerde Amerikaanse wapens, waaronder toekomstige F-35 gevechtsvliegtuigen en honderden tanks. Saudi-Arabië werd daarnaast formeel aangemerkt als belangrijke bondgenoot buiten de NAVO en beide landen richtten een strategisch partnerschap rond kunstmatige intelligentie op. Deze bedragen bestaan deels uit langlopende toezeggingen die nog daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd, maar zij passen nauwelijks bij het verhaal van een land dat zich volledig naar China en Rusland verplaatst.

Washington blijft aantrekkelijk omdat vrijwel het volledige Saudi-Arabische defensiesysteem is verweven met Amerikaanse vliegtuigen, luchtafweer, munitie, opleidingen, onderhoudscontracten, inlichtingen en commandostructuren. China kan drones, raketten, communicatieapparatuur en andere technologie leveren, maar kan die geïntegreerde veiligheidsarchitectuur voorlopig niet vervangen. Rusland beschikt over militaire ervaring en wapensystemen, maar heeft door zijn eigen oorlogen, sancties en afhankelijkheid van China minder capaciteit om langdurig als belangrijkste veiligheidsgarant in de Golf op te treden.

Het probleem voor Washington ligt daarom niet bij een onmiddellijke Saudi-Arabische overstap, maar bij het verlies van exclusiviteit. Amerikaanse regeringen konden vroeger aannemen dat Riyad bij grote veiligheidsvragen uiteindelijk weinig andere opties had, maar het koninkrijk heeft inmiddels alternatieve investeerders, afnemers, diplomatieke kanalen en energiebondgenoten opgebouwd. Iedere relatie wordt afzonderlijk ingezet om betere voorwaarden bij de andere partners af te dwingen. Meer Amerikaanse wapens kunnen worden verkregen door te wijzen op Chinese alternatieven, meer Chinese technologie kan worden binnengehaald zonder de Amerikaanse defensieband op te geven en productieafspraken met Rusland kunnen worden gebruikt om de financiële ruimte voor Vision 2030 te beschermen.

De oorlog rond Iran heeft deze strategie zowel versterkt als ingewikkelder gemaakt. Saudi-Arabië heeft belang bij bescherming tegen Iraanse raketten, drones en regionale gewapende netwerken, maar vreest eveneens dat Amerikaanse of Israëlische militaire acties de Golf veranderen in een slagveld waarvan Riyad de economische gevolgen draagt zonder de politieke besluiten te controleren. Washington wordt daardoor tegelijkertijd gezien als de belangrijkste militaire beschermer en als een mogendheid die door eigen conflicten nieuwe risico’s kan veroorzaken. Beijing biedt economische stabiliteit en diplomatieke bemiddeling, maar geen gelijkwaardige militaire garantie, terwijl Moskou contact onderhoudt met verschillende partijen maar onvoldoende macht bezit om de regionale veiligheid af te dwingen.

Een volledige Saudi-Arabische aansluiting bij een Chinees-Russisch kamp blijft daarom onwaarschijnlijk zolang Amerika de enige mogendheid is die op grote schaal troepen, luchtverdediging, gevechtsvliegtuigen, marinecapaciteit en logistiek in de Golf kan inzetten. Riyad zou bij zo een breuk eveneens toegang verliezen tot cruciale technologie, kapitaalmarkten en defensieonderdelen, terwijl China terughoudend blijft om zijn economische belangen met harde militaire garanties te beschermen. Rusland kan door zijn rol in OPEC+ belangrijk blijven, maar is economisch te klein en strategisch te belast om de Amerikaanse positie volledig over te nemen.

Een beheerste spreiding van relaties vormt daarom het meest waarschijnlijke pad, waarbij de Verenigde Staten de belangrijkste leverancier van veiligheid blijven, China steeds dieper doordringt in handel, industrie, energie, technologie en infrastructuur en Rusland zijn waarde behoudt als partner binnen het oliebeheer. Deze verdeling geeft Saudi-Arabië maximale onderhandelingsruimte zonder dat het zichzelf volledig afhankelijk maakt van één macht. De strategie kan alleen veranderen wanneer Washingtons veiligheidsbelofte opnieuw ernstig wordt ondermijnd, China bereid raakt militaire bescherming te leveren of een Amerikaanse overeenkomst met Iran door Riyad wordt ervaren als een fundamentele aantasting van zijn veiligheid.

Deze vorm van meervoudige aansluiting maakt Saudi-Arabië invloedrijker, maar stelt het koninkrijk ook bloot aan toenemende druk om partij te kiezen. De Verenigde Staten willen voorkomen dat gevoelige Amerikaanse wapens en kunstmatige intelligentietechnologie worden verbonden met Chinese systemen, Beijing verwacht dat economische samenwerking niet wordt beperkt door Amerikaanse sancties en Moskou verlangt binnen OPEC+ discipline wanneer Riyad om politieke redenen meer olie wil produceren. Het combineren van concurrerende grootmachten levert onderhandelingsmacht op zolang de grenzen tussen hun systemen beheersbaar blijven, maar kan gevaarlijk worden wanneer technologie, defensie, financiën en energie steeds sterker tot één geopolitiek strijdveld samensmelten.

Suriname kan in deze ontwikkeling herkennen dat Caribische en middelgrote staten meer ruimte krijgen wanneer zij relaties spreiden, maar alleen wanneer daar een duidelijke nationale strategie achter staat. Toekomstige olieproductie kan belangstelling uit Washington, Beijing, Europa, India en andere machtscentra aantrekken, maar contracten moeten worden beoordeeld op kennisoverdracht, lokale productie, financiële risico’s, transparantie en langdurige nationale waarde. Het vervangen van een dominante partner door een andere levert geen soevereiniteit op, terwijl professioneel onderhandelen met meerdere partijen wel kan voorkomen dat olie, technologie en veiligheid opnieuw worden georganiseerd rond belangen die buiten het land worden bepaald.

Saudi-Arabië heeft Amerika dus niet ingeruild voor China en Rusland, maar het tijdperk waarin Washington de enige onmisbare partner was is wel voorbij. Riyad koopt veiligheid in de Verenigde Staten, bouwt zijn economische toekomst met Chinese handel en technologie en beschermt zijn olie-inkomsten via samenwerking met Moskou. De werkelijke verschuiving ligt niet in een nieuwe loyaliteit, maar in de weigering nog langer exclusief loyaal te zijn, waardoor het koninkrijk zichzelf niet als volgeling van een kamp positioneert, maar als prijsbewuste macht die iedere grootmacht afzonderlijk laat bewijzen wat haar partnerschap werkelijk waard is.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Total
0
Shares
Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Related Posts
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag