Met de oproep van senator Ron Wyden aan de leiders van de Amerikaanse Senaat om de bescherming voor blockchainontwikkelaars overeind te houden binnen de bredere Clarity Act, komt een van de gevoeligste kwesties uit de digitale financiële wereld opnieuw scherp op tafel, omdat de Verenigde Staten moeten bepalen of neutrale softwaremakers worden behandeld als technologische bouwers of als financiële tussenpersonen die dezelfde last moeten dragen als bedrijven die geld voor klanten beheren. Wyden wil dat Section 604, bekend als de Blockchain Regulatory Certainty Act, behouden blijft in toekomstige versies van de cryptowetgeving, omdat deze bepaling duidelijk moet maken dat niet bewarende ontwikkelaars niet automatisch als money transmitters worden gezien. Daarmee raakt de discussie niet alleen aan crypto, maar aan de fundamentele vraag of innovatie in Amerika kan blijven groeien zonder dat elke ontwikkelaar wordt verstikt door regels die eigenlijk bedoeld zijn voor partijen die klantgelden aannemen, verplaatsen of controleren.
De Blockchain Regulatory Certainty Act is oorspronkelijk als afzonderlijk wetsvoorstel ingediend door de Republikeinse senator Cynthia Lummis, met Wyden als enige mede indiener, en is daarna opgenomen in de bredere Clarity Act die de marktstructuur voor digitale activa moet verduidelijken. De bepaling biedt een veilige juridische ruimte voor ontwikkelaars van non custodial software, wat betekent dat zij geen controle hebben over het geld van gebruikers en daarom niet op dezelfde manier moeten worden behandeld als geldtransferbedrijven. De crypto industrie steunt deze lijn krachtig, omdat juridische onzekerheid ontwikkelaars kan wegjagen naar landen waar regels duidelijker zijn en waar Amerikaanse innovatie niet voortdurend hoeft te vrezen voor vervolging door interpretatie achteraf.
De tegenstand is echter niet zonder gewicht, omdat sommige handhavingsorganisaties en zelfs katholieke leiders vrezen dat te ruime bescherming voor ontwikkelaars misbruik kan vergemakkelijken, onderzoeken kan hinderen en bescherming tegen mensenhandel, witwassen en andere ernstige criminaliteit kan verzwakken. Die zorg verdient serieuze aandacht, omdat digitale infrastructuur niet alleen door ondernemers, programmeurs en investeerders wordt gebruikt, maar ook door criminelen die anonimiteit, snelheid en grensoverschrijdende techniek graag benutten om opsporing te ontwijken. Een wet die innovatie wil beschermen, mag daarom geen schild worden voor partijen die bewust helpen bij het verplaatsen van illegaal geld of het verhullen van misdaad.
Wyden probeert precies dat onderscheid te maken door te stellen dat slim beleid de opsporing moet versterken en innovatie tegelijk moet faciliteren. Volgens hem brengt de bepaling beleid van het Department of Justice en het Financial Crimes Enforcement Network samen en zorgt zij ervoor dat middelen worden gericht op echte kwaadwillenden die als ongeoorloofde geldtransmitters opereren. Zijn belangrijkste argument is dat neutrale softwareontwikkelaars niet per ongeluk als financiële tussenpersonen mogen worden behandeld, zolang zij geen klantgelden beheren en niet actief deelnemen aan illegale transacties.
Belangrijk is dat de bepaling volgens Wyden een uitzondering bevat voor ontwikkelaars die betrokken zijn bij het overdragen of gebruiken van middelen die uit illegale activiteiten afkomstig zijn. Daarmee probeert hij de kritiek te pareren dat de wet criminelen zou beschermen, omdat slechte actoren buiten de veilige haven blijven en dus alsnog aansprakelijk kunnen worden gehouden. De kern van zijn verdediging is helder, namelijk dat een programmeur die open software schrijft niet hetzelfde is als een onderneming die geld bewaart, verplaatst, klanten bedient en bewust inkomsten verdient uit financiële transacties.
De bredere Clarity Act moet helderheid brengen over de verdeling van bevoegdheden tussen toezichthouders en over de juridische status van digitale activa, maar de discussie over BRCA is uitgegroeid tot een van de lastigste knopen in het wetgevingsproces. Aan de ene kant staat de industrie die zegt dat Amerika zonder duidelijke ontwikkelaarsbescherming zijn technologische voorsprong verliest, terwijl aan de andere kant handhavers vrezen dat te veel vrijheid een nieuwe schaduwruimte creëert voor misbruik. De spanning is daarmee niet simpelweg pro crypto of anti crypto, maar draait om de vraag hoe een rechtsstaat code, eigendom, toezicht, criminaliteitsbestrijding en innovatie tegelijk moet ordenen.
De plotselinge oproep maakt het debat extra gevoelig, omdat de Senaat weinig tijd heeft voordat parlementariërs in augustus Washington verlaten en de verkiezingsperiode in november de politieke ruimte verder verkleint. Wetgeving die jaren te laat komt, wordt nu onder tijdsdruk behandeld, waardoor lobby’s, veiligheidsargumenten, industriebelangen en partijpolitieke belangen allemaal tegelijk aan de tekst trekken. Een tweede gevoelig twistpunt blijft of extra ethische waarborgen nodig zijn voor gekozen functionarissen en bestuurders met banden met digitale activa, waaronder president Donald Trump, omdat een cryptowet ongeloofwaardig wordt wanneer regels worden geschreven in een politieke omgeving waarin machthebbers zelf financiële of zakelijke belangen kunnen hebben in dezelfde sector.
Voor Suriname ligt de waarde van deze Amerikaanse discussie in het onderscheid tussen technologie beschermen en misbruik bestrijden, omdat ook hier digitale activa, wallets, tokenisatie, blockchainprojecten en nieuwe betaalvormen vroeg of laat sterker op de deur zullen kloppen. Een verstandig regelgevend kader moet ontwikkelaars niet criminaliseren omdat zij software bouwen, maar moet wel hard optreden tegen partijen die klantgelden beheren zonder vergunning, consumenten misleiden, witwassen faciliteren of politieke invloed gebruiken om eigen digitale belangen te bevoordelen. Financiële innovatie verdient ruimte wanneer zij transparant, veilig en controleerbaar is, maar zij verdient geen vrijbrief wanneer zij wordt gebruikt om toezicht, belasting, consumentenbescherming of integriteit te ontwijken.
De strijd rond Section 604 laat uiteindelijk zien dat de digitale financiële orde niet alleen wordt gevormd door code, maar door de politieke keuzes die bepalen wie verantwoordelijkheid draagt wanneer code financiële macht krijgt. Amerika probeert met de Clarity Act een markt te ordenen die te lang tussen toezichthouders, rechtszaken en onzekerheid heeft gehangen, maar de uitkomst zal alleen geloofwaardig zijn wanneer neutrale bouwers worden beschermd, criminelen worden aangepakt en politieke belangen niet heimelijk aan de knoppen zitten. Een moderne cryptowet moet daarom geen cadeau aan de industrie worden en ook geen stok om innovatie dood te slaan, maar een scherp juridisch instrument dat vrijheid geeft aan eerlijke ontwikkelaars en geen millimeter ruimte laat aan wie digitale technologie inzet om de samenleving te beroven.
Dit artikel is uitsluitend bedoeld als journalistieke en informatieve duiding. Het vormt geen investeringsadvies, beleggingsadvies, juridisch advies of technisch belastingadvies, mede omdat ontwikkelingen rond blockchain, digitale activa en belastingwetten snel kunnen veranderen.
Volg de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com