President Jennifer Simons heeft tijdens de opening van de beroepenbeurs ‘Skills for Tomorrow’ een harde boodschap afgegeven over de toekomst van het Surinaamse onderwijs. Volgens het staatshoofd dreigt Suriname achterop te raken als het blijft vasthouden aan het idee dat alleen een universitaire opleiding succes betekent. Het land heeft dringend goed opgeleide vakmensen nodig. Op het terrein van het Natuurtechnisch Instituut (NATIN) kwamen jongeren, bedrijven en onderwijsinstellingen samen om kennis te maken met de mogelijkheden binnen verschillende beroepen. De beurs moet scholieren helpen om vroegtijdig keuzes te maken over hun toekomst. Maar Simons gebruikte het moment vooral om een groter probleem aan te kaarten, de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Suriname heeft nu vooral beroepsonderwijs nodig. Volgens haar moet het land af van de gedachte dat elke jongere richting de universiteit moet worden gestuurd. Technische kennis, vakmanschap en praktische vaardigheden zijn volgens haar minstens zo belangrijk voor de ontwikkeling van het land.
Simons vindt dat jongeren veel eerder moeten worden begeleid bij hun studiekeuzes. Zij pleit ervoor dat kinderen al vanaf 12 of 13 jaar zicht krijgen op beroepsonderwijs en mogelijke vakgebieden. Elke keuze die ze nu maken, heeft invloed op de rest van hun leven. Volgens haar moet het systeem waarbij jongeren van lager beroepsonderwijs kunnen doorstromen naar middelbaar en hoger beroepsonderwijs sterker worden gemaakt. Alleen zo kan Suriname volgens haar een generatie opleiden die klaar is voor de toekomst. De president richtte haar pijlen ook op het bedrijfsleven. Volgens haar kunnen bedrijven niet alleen werknemers verwachten, maar moeten zij zelf bijdragen aan de vorming van die toekomstige werknemers. Het gaat niet alleen om geld geven. Bedrijven moeten hun deskundigen inzetten om jongeren op te leiden. Meer dan veertig bedrijven, ministeries en onderwijsinstellingen namen deel aan de beurs. Simons wil dat deze samenwerking leidt tot opleidingen die aansluiten op de echte behoeften van de economie.
Met een opvallende uitspraak bekritiseerde Simons de huidige onderwijspraktijk. Volgens haar worden jongeren onvoldoende voorbereid op een professionele werkomgeving. Van 7.30 uur tot 11.00 uur in de stad rondlopen en daarna is het afgelopen, dat is niet goed. Ze verwees naar landen waar studenten binnen het beroepsonderwijs een dagritme hebben dat lijkt op een echte werkdag. Daar leren jongeren niet alleen theorie, maar ontwikkelen zij ook discipline, werkhouding en praktische ervaring. Volgens Simons moet onderwijs niet alleen draaien om cijfers en diploma’s, maar om wat iemand daadwerkelijk kan. Jongeren moeten leren om kennis toe te passen, problemen op te lossen en creatief te denken. In een wereld die snel verandert, zijn mensen nodig die niet alleen weten, maar vooral ook kunnen handelen. Met haar uitspraken heeft Simons het debat over onderwijs opnieuw geopend. Suriname kan niet bouwen op papier alleen. De toekomst vraagt om jongeren die met hun handen, hoofd en vaardigheden het land vooruit kunnen brengen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com