Nu de oude economische verhoudingen steeds meer scheuren vertonen, groeit in het mondiale zuiden de overtuiging dat de komende wereldorde niet langer vanzelf vanuit Washington, Brussel of andere westerse machtscentra zal worden geschreven. Wat zich aftekent, is een trager, diffuser en tegelijk ingrijpender proces waarin opkomende economieën meer ruimte opeisen, zonder dat die verschuiving vooraf is gegaan aan een allesverzengende wereldoorlog zoals in eerdere historische machtswisselingen vaak wel het geval was. Daarin schuilt de spanning van deze fase, want de overgang spaart levens, maar sleept zich daardoor waarschijnlijk langer voort en maakt het speelveld grilliger, onvoorspelbaarder en taaier.
Het opvallendste aan deze nieuwe constellatie is dat de dragers van die verschuiving grotendeels uit het mondiale zuiden komen, met landen die lang als ontwikkelingslanden, perifere economieën of strategische toeleveranciers zijn weggezet, maar nu nadrukkelijker aanspraak maken op financiële, politieke en technologische invloed. De BRICS groep telt inmiddels elf leden, waaronder naast Brazilië, Rusland, India, China en Zuid Afrika nu ook Egypte, Ethiopië, Indonesië, Iran, Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, en vertegenwoordigt volgens recente ramingen rond de 40 procent van de wereldeconomie gemeten naar koopkrachtpariteit. Dat gewicht maakt het blok relevant, maar nog niet doorslaggevend, want invloed op papier is nog iets anders dan greep op de spelregels van handel, kapitaal en reservemunten.
Daar zit meteen de harde kern van het probleem, omdat de dollar ondanks alle gesprekken over ontkoppeling en monetaire spreiding nog steeds veruit het zwaarste anker van het mondiale financiële systeem blijft. De Bank for International Settlements meldde dat de Amerikaanse munt in april 2025 aan een kant van 89,2 procent van alle valutatransacties stond, zelfs hoger dan in 2022, wat laat zien hoe diep de dollar nog altijd in de motor van het wereldverkeer zit verankerd. Het verhaal van ontzuiling en dedollarisering wint dus wel aan politieke kracht, maar loopt in de praktijk nog tegen een financiële infrastructuur aan die decennialang rond de Amerikaanse munt is opgebouwd.
Toch groeit de druk onder dat systeem, omdat sancties, handelsspanningen, oorlogen, technologische rivaliteit en strategische onzekerheid landen ertoe aanzetten om hun afhankelijkheid van een munt en een machtscentrum opnieuw te bekijken. Binnen de BRICS en daarbuiten wordt daarom gezocht naar meer handel in lokale valuta, bredere reserveportefeuilles en alternatieve betaalstructuren, niet omdat de dollar al gevallen is, maar omdat steeds meer staten willen voorkomen dat hun economische ruimte door geopolitieke druk van buitenaf kan worden dichtgeknepen. In een wereld waar de Wereldbank voor 2026 uitgaat van een mondiale groei van 2,6 procent en voor ontwikkelende economieën van 4 procent, krijgt die zoektocht extra lading, omdat tragere groei en hogere onzekerheid landen sneller dwingen om strategischer met hun financiële afhankelijkheden om te gaan.
De nieuwe wereldorde die nu zichtbaar wordt, arriveert daarom niet als een nette machtswissel met een winnaar en een verliezer, maar als een langdurige herverdeling van invloed waarin oude centra terrein prijsgeven en nieuwe spelers nog niet volledig de instrumenten bezitten om het systeem naar hun hand te zetten. Voor het mondiale zuiden ligt daarin tegelijk een kans en een valkuil besloten, want grotere demografische, economische en grondstoffenmacht kan alleen worden omgezet in echte geopolitieke slagkracht wanneer samenwerking, betalingssystemen, investeringsstromen en institutionele discipline mee opschuiven. De komende jaren zullen dus minder draaien om de vraag of de wereld multipolair wordt, dan om de veel hardere vraag welke landen en blokken sterk genoeg zijn om die multipolariteit ook werkelijk te organiseren.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com