About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Tjong-Ahin pleit voor een sterke overheid die olierijkdom kan omzetten in vooruitgang

De miljarden die Suriname de komende jaren uit de olieproductie verwacht te ontvangen, zullen pas werkelijk betekenis krijgen wanneer een deskundige en daadkrachtige overheid erin slaagt die inkomsten om te zetten in beter onderwijs, toegankelijke gezondheidszorg, betaalbare woningen en duurzame werkgelegenheid. Die boodschap stond centraal in de diesrede die Silvano A. Tjong-Ahin op 5 november aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname uitsprak, waarin hij de versterking van het overheidsapparaat aanwees als een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling. Zijn betoog bevatte een duidelijke waarschuwing voor een land dat reikhalzend uitkijkt naar economische voorspoed, maar nog onvoldoende is toegerust om de verwachte rijkdom zorgvuldig te beheren en breed te laten doorwerken in de samenleving.

Met de verwachte start van de olieproductie uit het GranMorgu-project in 2028 nadert Suriname een economische omslag die de financiële mogelijkheden van de staat aanzienlijk kan vergroten en nieuwe perspectieven voor de bevolking kan openen. Tjong-Ahin verwees naar ramingen waarin de economische groei bij de productiestart ongeveer 30 procent kan bedragen en de economie rond 2030, uitgedrukt in dollars, ongeveer tweemaal zo groot kan zijn. Afhankelijk van de olieprijs zouden de extra jaarlijkse staatsinkomsten uit GranMorgu en Staatsolie volgens de door hem aangehaalde schattingen tussen 1 miljard en 1,9 miljard Amerikaanse dollar kunnen liggen. Daarmee ontstaat ruimte om achterstanden aan te pakken die het dagelijks leven van generaties Surinamers hebben getekend.

Het vooruitzicht op zulke inkomsten brengt echter ook het gevaar met zich mee dat financiële verwachtingen al tot hogere uitgaven leiden voordat de opbrengsten daadwerkelijk beschikbaar zijn en de economie voldoende is gestabiliseerd. Tjong-Ahin wees op de noodzaak om de begroting gedurende de overgangsjaren beheersbaar te houden, zodat loonontwikkelingen en andere verplichtingen geen nieuwe inflatiegolf veroorzaken. Daarnaast zal de groeiende economische bedrijvigheid naar verwachting buitenlandse werknemers en ondernemers aantrekken, waardoor de druk op de arbeidsmarkt en de publieke dienstverlening verder toeneemt. De voorbereiding op het olietijdperk vraagt daarom om bestuurlijke keuzes die vandaag al moeten worden gemaakt.

De vraag of de overheid deze veranderingen aankan, wordt volgens Tjong-Ahin bijzonder dringend wanneer haar huidige uitvoeringsvermogen wordt afgezet tegen de omvang van de verantwoordelijkheden die op haar afkomen. Evaluaties van internationale ontwikkelingsbanken en onderzoeken naar de overheidsfinanciën laten volgens zijn rede al jarenlang vergelijkbare tekortkomingen zien bij de uitvoering van projecten, de begrotingsdiscipline, de rapportage, de interne controle en de aanbestedingen. Zelfs in sectoren die opeenvolgende regeringen als prioriteit hebben aangemerkt, waaronder huisvesting, gezondheidszorg en energievoorziening, blijven noodzakelijke projecten vertraging oplopen. Omdat financiering daarbij geregeld wel beschikbaar was, kan geldgebrek niet als enige verklaring voor het uitblijven van resultaten dienen.

De afstand tussen aangekondigd beleid en gerealiseerde ontwikkeling wordt volgens Tjong-Ahin zichtbaar in de voortgangscijfers die het Financieel Jaarplan 2027 vermeldt over het Meerjaren Ontwikkelingsplan 2022 tot 2026. In de door hem aangehaalde stand van zaken was slechts 7 procent van de projecten afgerond, bevond 56 procent zich nog in uitvoering en was 21 procent niet gestart. Deze cijfers wijzen op een overheid die wel ontwikkelingsdoelen formuleert, maar onvoldoende in staat blijkt die binnen de gestelde periode te verwezenlijken. Zonder een gerichte versterking van de uitvoering bestaat het risico dat ook toekomstige olieopbrengsten vooral leiden tot nieuwe aankondigingen en kortstondige bestedingen, met weinig blijvend resultaat.

Achter de tegenvallende uitvoering schuilt volgens Tjong-Ahin een structureel probleem dat zich door verschillende regeringsperioden heen heeft voortgezet en diep in de organisatie van de overheid is verankerd. Taken van ministeries zijn niet altijd duidelijk afgebakend, verantwoordelijkheden overlappen en werkprocessen zijn onvoldoende vastgelegd in heldere procedures. Daardoor wordt het moeilijk om consequent te handelen, voortgang te bewaken en vast te stellen wie op welk resultaat kan worden aangesproken. Die onduidelijkheid bemoeilijkt het werk van ambtenaren en vergroot tegelijkertijd de ruimte voor willekeur, ondoorzichtige besluitvorming en corruptie.

Een overheidsorganisatie die onder zulke omstandigheden moet functioneren, raakt volgens zijn analyse gemakkelijk gevangen in een neerwaartse beweging waarin zwakke prestaties, geringe waardering en het vertrek van deskundige medewerkers elkaar versterken. Juist de mensen die systemen kunnen verbeteren, zoeken elders betere mogelijkheden wanneer hun kennis onvoldoende wordt benut of beloond. De achterblijvende organisatie verliest daarmee nog meer uitvoeringskracht en besteedt een steeds groter deel van haar tijd aan dagelijkse problemen en crisisbeheersing. Structurele verbetering wordt vervolgens uitgesteld, waardoor dezelfde tekortkomingen bij ieder nieuw beleidsprogramma terugkeren.

Het doorbreken van die cirkel vraagt volgens Tjong-Ahin om leiderschap dat deskundigheid boven politieke verbondenheid plaatst en bereid is verantwoordelijkheden, verwachtingen en prestaties helder vast te leggen. Suriname beschikt over een beperkte hoeveelheid inzetbaar kader en heeft daarom alle competente krachten nodig, ongeacht hun partijpolitieke achtergrond. Politieke leiders moeten keuzes durven maken die het landsbelang dienen, leidinggevende ambtenaren moeten de uitvoering organiseren en maatschappelijke organisaties moeten hun controlerende en ondersteunende rol serieus vervullen. Een begin kan worden gemaakt bij enkele sleutelministeries, zodat verbeteringen gericht worden opgebouwd en vervolgens breder kunnen worden toegepast.

Een grondige herziening van de inrichting van ministeries is daarbij noodzakelijk, omdat hun takenpakket en onderlinge verhoudingen volgens Tjong-Ahin onvoldoende aansluiten bij de werkelijke uitdagingen van het land. Sommige departementen dragen relatief weinig verantwoordelijkheden, terwijl andere zoveel uiteenlopende taken hebben gekregen dat effectieve aansturing wordt bemoeilijkt. De organisatie van de overheid moet daarom worden gebaseerd op wat nodig is om publieke diensten goed te leveren en beleid uit te voeren. Dat vraagt ook om de bereidheid overbodige taken te schrappen en de particuliere sector meer ruimte te bieden wanneer die werkzaamheden doelmatiger kan verrichten.

Om hervormingen en ontwikkelingsprojecten sneller van de grond te krijgen, stelde Tjong-Ahin voor om gespecialiseerde particuliere projectmanagementbureaus in te schakelen, een werkwijze waarmee hij naar eigen zeggen in enkele Caribische landen ervaring heeft opgedaan. Zo’n aanpak kan alleen resultaat opleveren als doelen, prestatie-eisen, beloning en verantwoordelijkheden vooraf duidelijk zijn vastgelegd. Kennisoverdracht aan de ministeries moet bovendien een vast onderdeel vormen, zodat de overheid zelf sterker wordt en de opgebouwde expertise behouden blijft. Voor deskundigen uit de Surinaamse diaspora kan dit een concrete mogelijkheid bieden om hun ervaring in te zetten voor de ontwikkeling van het land.

Betere uitvoering is tegelijkertijd afhankelijk van betrouwbare informatie, omdat de overheid zonder actuele gegevens moeilijk kan bepalen welke maatregelen nodig zijn en of haar beleid daadwerkelijk effect heeft. Vooral het gebrek aan voldoende arbeidsmarktgegevens vormt volgens Tjong-Ahin een belemmering voor de voorbereiding op de olieontwikkeling. Gericht opleiden en het vergroten van de deelname van Surinaamse werknemers en bedrijven vereisen inzicht in beschikbare vaardigheden, personeelstekorten en de vraag vanuit verschillende sectoren. Daarom moeten zowel het Algemeen Bureau voor de Statistiek als de instellingen die basisgegevens aanleveren worden versterkt, terwijl ministeries gegevensverzameling tot een vast onderdeel van hun werkzaamheden moeten maken.

De noodzaak van duidelijker verantwoordelijkheden en beter toezicht geldt volgens Tjong-Ahin eveneens voor staatsbedrijven, die een belangrijke economische rol vervullen maar regelmatig onder invloed staan van politieke belangen. Hij pleitte voor een kaderwet die hun inrichting, transparantie, rapportage en aanbestedingen ordent, aangevuld met een centrale eenheid die prestaties en financiële risico’s volgt. Daarmee kan de overheid beter beoordelen welke ondernemingen een publieke functie vervullen, hoe zij worden bestuurd en welke verplichtingen uiteindelijk op de staatsbegroting kunnen drukken. Ook besluiten over oprichting, privatisering of beëindiging van staatsbedrijven krijgen daardoor een steviger beleidsmatige basis.

Een overheid die haar dienstverlening op orde brengt en voorspelbaar handelt, schept volgens Tjong-Ahin tegelijkertijd betere voorwaarden voor ondernemers die duurzaam in Suriname willen investeren. Zowel lokale als buitenlandse bedrijven moeten zonder onnodige hindernissen een onderneming kunnen opzetten, grond registreren, elektriciteit verkrijgen en bij geschillen op eerlijke rechtsbescherming kunnen rekenen. Hij stelde voor het internationale Business Ready-raamwerk te vertalen naar een praktisch werkprogramma met meetbare doelen, verantwoordelijke instanties en duidelijke termijnen. Jaarlijkse voortgangsrapportages moeten vervolgens zichtbaar maken welke verbeteringen zijn gerealiseerd en op welke onderdelen diensten achterblijven.

De Anton de Kom Universiteit van Suriname draagt binnen deze hervormingsopgave een bijzondere verantwoordelijkheid, omdat zij een belangrijk deel van de mensen opleidt die straks beleid ontwikkelen, organisaties leiden en publieke middelen beheren. Tjong-Ahin bepleitte daarom een centrale plaats voor behoorlijk bestuur, projectmanagement en wetenschappelijke integriteit binnen de opleidingen. Internationale uitwisselingen en de inzet van buitenlandse docenten kunnen studenten en medewerkers daarnaast in aanraking brengen met andere werkwijzen en bestuurlijke ervaringen. Door structureel onderzoek te verrichten met ministeries en het statistiekbureau kan de universiteit bovendien rechtstreeks bijdragen aan beter onderbouwde beleidskeuzes.

De maatschappelijke urgentie van deze veranderingen wordt versterkt door het NIKOS-onderzoek waarnaar Tjong-Ahin verwees, waaruit volgens zijn rede blijkt dat meer dan de helft van de Surinamers tussen 18 en 39 jaar overweegt binnen vijf jaar naar het buitenland te vertrekken. Voor Suriname begint het behoud van die generatie bij een samenleving waarin kennis wordt gewaardeerd, inzet kansen oplevert en mensen kunnen vooruitkomen zonder afhankelijk te zijn van politieke relaties. De versterking van instellingen verdient daarom dezelfde aandacht als de verwachte olieopbrengsten, omdat jongeren hun toekomst mede laten afhangen van de mogelijkheden die zij vandaag ervaren. Hun vertrouwen kan groeien wanneer verbeteringen zichtbaar worden in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in de manier waarop de overheid burgers behandelt.

De uiteindelijke waarde van de olierijkdom zal volgens de kern van Tjong-Ahins betoog worden bepaald door het vermogen van Suriname om financiële mogelijkheden te vertalen naar blijvende verbeteringen in het leven van zijn inwoners. Daarvoor zijn leiders nodig die verder kijken dan de volgende politieke overwinning en instellingen die ook onder toenemende financiële druk zorgvuldig blijven functioneren. Een succesvolle olieperiode moet herkenbaar worden aan scholen die goed onderwijs bieden, zorg die bereikbaar is en werk dat mensen bestaanszekerheid geeft. De voorbereiding daarop kan niet wachten tot de schatkist voller wordt, want het bestuur dat die toekomst moet dragen, moet nu worden opgebouwd.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag