About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Guyana zet internationale natuurwereld onder druk met zespuntenplan en wil miljarden voor biodiversiteit omzetten in concrete investeringen

De internationale strijd om de economische waarde van tropische regenwouden en andere natuurlijke ecosystemen is een nieuwe fase ingegaan, nu de Guyanese president Mohamed Irfaan Ali een ambitieus zespuntenplan heeft gepresenteerd waarmee hij binnen twaalf maanden een einde wil maken aan het tijdperk waarin natuurbehoud voornamelijk wordt besproken tijdens conferenties zonder dat daar voldoende financiële middelen en concrete ontwikkelingsprojecten tegenover staan. Tijdens de afsluiting van de tweede Global Biodiversity Alliance Conference and Financing Forum op zaterdag 31 oktober 2026 in Georgetown maakte Ali duidelijk dat zijn land de internationale biodiversiteitsagenda wil veranderen van een diplomatiek overlegplatform in een uitvoeringsmechanisme dat investeerders, wetenschappers, overheden en lokale gemeenschappen rechtstreeks met elkaar verbindt. Het plan omvat gespecialiseerde onderzoeks- en ontwikkelingsgroepen, internationale financieringsafspraken, projecten in maximaal dertig gemeenschappen en de inzet van geavanceerde technologieën zoals kunstmatige intelligentie en quantumcomputing. Achter deze aankondiging schuilt echter een veel groter economisch vraagstuk, omdat landen die een aanzienlijk deel van de mondiale biodiversiteit beschermen steeds nadrukkelijker verlangen dat de internationale gemeenschap niet uitsluitend waardering uitspreekt voor hun natuurlijke rijkdommen, maar ook bereid is te investeren in het behoud daarvan.

De Guyanese president presenteerde zijn programma tijdens de slotdag van de tweedaagse bijeenkomst in het Arthur Chung Conference Centre, waar vertegenwoordigers van overheden, internationale financiële instellingen, wetenschappelijke organisaties en het bedrijfsleven bijeenkwamen om oplossingen te zoeken voor het groeiende tekort aan financiering voor natuurbehoud. Ali benadrukte dat de Global Biodiversity Alliance niet mag uitgroeien tot een organisatie die uitsluitend nieuwe verklaringen publiceert en internationale bijeenkomsten organiseert, maar moet functioneren als een praktisch instrument waarmee concrete problemen worden opgelost. De centrale uitdaging is volgens hem dat veel landen wel beschikken over waardevolle natuurgebieden en ontwikkelingsvoorstellen, maar onvoldoende technische deskundigheid, financiële voorbereiding en toegang tot investeerders hebben om dergelijke voorstellen daadwerkelijk uit te voeren. Deze tekortkomingen maken het bijzonder moeilijk om projecten voor bosbescherming, natuurherstel, duurzaam toerisme en lokale economische ontwikkeling om te zetten in investeringen die voldoen aan de eisen van internationale financieringsinstellingen. Het voorgestelde programma moet daarom vooral de afstand verkleinen tussen ecologische ambities en de zakelijke, juridische en technische voorwaarden die noodzakelijk zijn om internationale financiering aan te trekken.

Een van de belangrijkste onderdelen van het plan is de oprichting van gespecialiseerde ontwikkelingsgroepen die zich moeten richten op concrete obstakels binnen de financiering en uitvoering van biodiversiteitsprojecten. Deze zogenoemde solution labs moeten deskundigen uit verschillende vakgebieden samenbrengen om onder meer te onderzoeken hoe biodiversiteitscredits financieel betrouwbaar kunnen worden gemaakt, hoe investeringsrisico’s kunnen worden verminderd en welke regelgeving noodzakelijk is om particuliere ondernemingen te interesseren voor natuurbehoud. Ali heeft Pradeepa Bholanath, een belangrijke functionaris op het gebied van klimaatbeleid en bosfinanciering binnen het presidentiële apparaat, opdracht gegeven een werkgroep samen te stellen die uiterlijk eind november 2026 een uitvoerbaar voorstel moet presenteren voor de inrichting en eerste werkzaamheden van deze ontwikkelingsgroepen. De nadruk ligt daarbij op gerichte probleemoplossing in plaats van het oprichten van nieuwe bureaucratische commissies, omdat internationale natuurprojecten regelmatig vertraging oplopen door ingewikkelde procedures, onvoldoende financiële onderbouwing en een gebrek aan gespecialiseerde kennis. De economische betekenis van dit initiatief zal uiteindelijk afhangen van de vraag of de betrokken deskundigen erin slagen projecten zodanig te structureren dat investeerders bereid zijn daadwerkelijk kapitaal beschikbaar te stellen.

Een tweede strategische keuze betreft de aansluiting van de alliantie op bestaande internationale afspraken over biodiversiteit, waarbij vooral het Verdrag inzake Biologische Diversiteit van de Verenigde Naties een belangrijke plaats inneemt. De deelnemende landen hebben internationaal al verschillende verplichtingen aanvaard rond bescherming, herstel en duurzaam gebruik van natuurlijke ecosystemen, maar de uitvoering daarvan blijft achter bij de politieke ambities die tijdens internationale conferenties worden uitgesproken. Ali wil daarom dat de alliantie gedurende het gehele jaar actief blijft samenwerken met bestaande internationale instellingen, onderzoeksorganisaties en nationale overheden, zodat problemen niet pas tijdens een volgende topconferentie opnieuw worden besproken. Deze aanpak moet voorkomen dat nieuwe initiatieven concurreren met bestaande internationale verdragen en organisaties, omdat een dergelijke versnippering van verantwoordelijkheden juist kan leiden tot hogere administratieve kosten en minder effectieve uitvoering. De werkelijke meerwaarde van de alliantie ligt volgens deze benadering in het verbinden van internationale verplichtingen aan technische deskundigheid, financieringsmogelijkheden en projecten waarvan de resultaten daadwerkelijk kunnen worden gecontroleerd.

Het derde en mogelijk meest bepalende onderdeel van de strategie is de voorbereiding van een internationale investerings- en financieringsbijeenkomst die naar verwachting in juni 2027 in Londen zal plaatsvinden. Tijdens deze bijeenkomst moeten landen en organisaties concrete biodiversiteitsprojecten presenteren aan particuliere investeerders, ontwikkelingsbanken, internationale hulporganisaties, filantropische instellingen en partijen die actief zijn op de obligatiemarkt. De Global Biodiversity Alliance wil daarvoor een overzicht samenstellen van projecten die voldoende technisch, financieel en juridisch zijn uitgewerkt om daadwerkelijk voor financiering in aanmerking te komen. De aanpak verschilt wezenlijk van het gebruikelijke presenteren van algemene investeringsmogelijkheden, omdat potentiële financiers behoefte hebben aan duidelijkheid over projectkosten, verwachte inkomsten, risico’s, eigendomsrechten, maatschappelijke gevolgen en de wijze waarop resultaten onafhankelijk kunnen worden gecontroleerd. De Londense bijeenkomst moet daarmee een belangrijke economische toets worden voor de ambities van de alliantie, aangezien pas zal blijken hoeveel projecten daadwerkelijk voldoen aan de eisen van internationale kapitaalverschaffers en hoeveel financiële toezeggingen uiteindelijk worden omgezet in bindende overeenkomsten en concrete investeringen.

Bijzonder opvallend is dat Ali de internationale biodiversiteitsagenda nadrukkelijk wil verbinden aan de economische ontwikkeling van gemeenschappen die rechtstreeks afhankelijk zijn van natuurlijke ecosystemen. De alliantie krijgt de opdracht om tussen twintig en dertig gemeenschappen binnen de deelnemende landen te identificeren waar praktische projecten kunnen worden ontwikkeld die natuurbehoud combineren met inkomensvorming, werkgelegenheid en verbetering van de lokale levensomstandigheden. Voor het einde van 2026 moet een coördinatieteam worden samengesteld dat technische begeleiding kan bieden bij het ontwikkelen van deze programma’s, waarbij gebruik wordt gemaakt van de deskundigheid van universiteiten, wetenschappers, financiële instellingen en andere organisaties die bij de alliantie zijn aangesloten. De economische mogelijkheden kunnen uiteenlopen van duurzaam toerisme en bosproducten tot landbouwmethoden die ecosystemen beschermen en nieuwe inkomstenbronnen creëren voor lokale ondernemers. Het succes van deze benadering zal echter sterk afhankelijk zijn van de mate waarin gemeenschappen zelf betrokken worden bij besluitvorming, de verdeling van opbrengsten en het beheer van natuurlijke hulpbronnen, omdat internationale projecten onvoldoende duurzaam zijn wanneer bewoners voornamelijk worden beschouwd als uitvoerders van plannen die elders zijn ontwikkeld.

De vierde en vijfde economische uitdaging liggen daarmee nauw met elkaar verbonden, omdat lokale projecten niet alleen financiering nodig hebben, maar eveneens toegang tot gespecialiseerde kennis, wetenschappelijk onderzoek, technische apparatuur en betrouwbare controlesystemen. De Guyanese president wil daarom dat het secretariaat van de alliantie bestaande internationale ondersteuningsmogelijkheden in kaart brengt en samenvoegt tot een toegankelijk netwerk waar aangesloten landen terechtkunnen voor deskundigheid op het gebied van natuurbeheer, projectontwikkeling, financiële controle en monitoring. Een dergelijk systeem kan vooral voor kleinere ontwikkelingslanden van betekenis zijn, omdat zij niet altijd beschikken over voldoende financiële middelen om gespecialiseerde buitenlandse adviseurs in te huren of omvangrijke wetenschappelijke onderzoeken zelfstandig uit te voeren. Door bestaande expertise beter toegankelijk te maken, zouden projecten sneller kunnen worden voorbereid en kunnen overheden profiteren van internationale kennis zonder telkens opnieuw langdurige aanbestedings- en selectieprocedures te moeten doorlopen. De uitdaging blijft echter om ervoor te zorgen dat deze technische ondersteuning ook leidt tot overdracht van vaardigheden aan nationale instellingen, zodat landen niet blijvend afhankelijk worden van buitenlandse deskundigen voor het beheer en de waardering van hun eigen natuurlijke rijkdommen.

De zesde prioriteit laat zien dat Guyana zijn natuurbeleid nadrukkelijk wil verbinden aan de internationale technologische revolutie, waarbij kunstmatige intelligentie en quantumcomputing worden onderzocht als mogelijke instrumenten voor wetenschappelijk onderzoek, monitoring en de ontwikkeling van biodiversiteitsprojecten. Met behulp van kunstmatige intelligentie kunnen bijvoorbeeld grote hoeveelheden satellietbeelden, ecologische meetgegevens en veranderingen in bosbedekking worden geanalyseerd, waardoor illegale ontbossing, aantasting van leefgebieden en andere milieuproblemen mogelijk sneller zichtbaar worden. Geavanceerde computermodellen kunnen daarnaast ondersteuning bieden bij het beoordelen van ecologische risico’s, het voorspellen van veranderingen binnen ecosystemen en het voorbereiden van investeringsprojecten die afhankelijk zijn van betrouwbare wetenschappelijke gegevens. De praktische inzet van quantumcomputing voor grootschalige biodiversiteitsbescherming bevindt zich echter nog in een ontwikkelingsfase, waardoor het noodzakelijk blijft om onderscheid te maken tussen bestaande technologische toepassingen en mogelijkheden die voorlopig vooral onderwerp zijn van onderzoek. Ali wil daarom een gespecialiseerde groep van technisch deskundige leden samenstellen die onderzoekt welke toepassingen werkelijk bruikbaar zijn en welke beveiligingsmaatregelen nodig zijn om gegevensbescherming, betrouwbaarheid en verantwoord gebruik te waarborgen.

De economische achtergrond van het programma maakt duidelijk waarom Guyana zoveel nadruk legt op financiering, aangezien internationale doelstellingen voor biodiversiteitsbescherming nog altijd worden geconfronteerd met een enorm verschil tussen de beschikbare middelen en de werkelijke investeringsbehoefte. Binnen het mondiale biodiversiteitsbeleid wordt uitgegaan van een financieringsbehoefte van minstens 200 miljard Amerikaanse dollar per jaar, terwijl de totale kloof tussen benodigde en beschikbare middelen op ongeveer 700 miljard dollar per jaar wordt geschat. De Guyanese regering wijst daarbij op haar eigen ervaringen met de Low Carbon Development Strategy, waarmee volgens president Ali inmiddels meer dan 500 miljoen dollar is gemobiliseerd via internationale samenwerking en koolstofmarkten. De regering stelt dat meer dan 250 dorpen en gemeenschappen profiteren van ruim drieduizend projecten op het gebied van levensonderhoud, infrastructuur en dienstverlening, waarmee Guyana probeert aan te tonen dat financiële opbrengsten uit natuurbehoud daadwerkelijk kunnen worden gekoppeld aan lokale ontwikkeling. Deze resultaten vormen een belangrijke basis voor de internationale ambities van het land, maar betekenen niet dat alle toekomstige biodiversiteitsprojecten automatisch vergelijkbare inkomsten kunnen genereren, omdat ecologische waarde, commerciële vraag en investeringsvoorwaarden sterk kunnen verschillen. Department of Public Information,

De internationale positionering van Guyana wordt extra opmerkelijk doordat het land zich tegelijkertijd ontwikkelt tot een belangrijke producent van aardolie, waardoor de regering probeert inkomsten uit fossiele energie en financiële opbrengsten uit natuurbehoud binnen één bredere economische strategie onder te brengen. Deze combinatie kan omvangrijke investeringsmogelijkheden creëren, maar vraagt eveneens om een zorgvuldig beleid waarin milieubescherming, economische groei en internationale klimaatverplichtingen op transparante wijze worden afgewogen. Het beschermen van natuurlijke ecosystemen mag daarbij niet worden gebruikt als een eenvoudige administratieve compensatie voor milieuschade die elders ontstaat, omdat de werkelijke waarde van natuurbehoud afhankelijk blijft van aantoonbare bescherming, duurzaam beheer en het voorkomen van verdere achteruitgang van biodiversiteit. De internationale geloofwaardigheid van Guyana’s plannen zal daarom worden bepaald door de kwaliteit van wetenschappelijke gegevens, onafhankelijke audits en de mate waarin financiële opbrengsten daadwerkelijk bijdragen aan verbetering van ecosystemen en de leefomstandigheden van betrokken gemeenschappen. De ontwikkeling maakt duidelijk dat de toekomstige markt voor biodiversiteitsfinanciering niet uitsluitend kansen biedt voor landen met veel bos, maar vooral voor landen die voldoende deskundigheid ontwikkelen om hun natuurlijke rijkdommen betrouwbaar te meten, juridisch te beschermen en economisch verantwoord te beheren.

De beleidsontwikkeling in Guyana verdient binnen Suriname bijzondere aandacht, omdat het land met een bosbedekking van ongeveer 93 procent over een uitzonderlijk natuurlijk kapitaal beschikt, maar nog altijd onvoldoende economische waarde weet te verbinden aan de internationale betekenis van zijn regenwouden. De toekomstige uitbreiding van de offshore olieproductie biedt mogelijkheden om nieuwe investeringen te financieren, maar zou tegelijkertijd aanleiding moeten zijn om een zelfstandige economische pijler voor biodiversiteit, duurzaam bosbeheer en ecologische dienstverlening te ontwikkelen. Suriname zou daarom niet uitsluitend moeten deelnemen aan internationale gesprekken over natuurbehoud, maar concrete en financierbare projecten moeten voorbereiden waarin wetenschappelijk onderzoek, lokale gemeenschappen, duurzame landbouw, natuurtoerisme en betrouwbare ecologische waarderingsmethoden worden samengebracht. De Nationale Biodiversiteitsstrategie en het Actieplan 2024 tot 2030 kunnen daarvoor een belangrijke basis vormen, mits de overheid duidelijke verantwoordelijkheden vaststelt, bestaande financiering beter benut en nationale instellingen voldoende deskundigheid geeft om internationale investeringsvoorstellen professioneel te ontwikkelen. De geplande bijeenkomst in Londen biedt in dat verband een concreet moment waarop landen met omvangrijke natuurlijke rijkdommen kunnen aantonen dat zij niet uitsluitend bescherming vragen voor hun ecosystemen, maar beschikken over uitgewerkte projecten waarvoor internationale investeerders daadwerkelijk bereid zijn middelen beschikbaar te stellen. De economische waarde van Suriname’s bossen zal immers niet uitsluitend worden bepaald door de hoeveelheid hectares die behouden blijft, maar eveneens door het vermogen om die bescherming te verbinden aan duurzame inkomsten, werkgelegenheid en ontwikkeling voor gemeenschappen die al generaties afhankelijk zijn van deze natuurlijke omgeving.

Het zespuntenplan van president Ali markeert uiteindelijk een belangrijke verschuiving binnen de internationale biodiversiteitsagenda, omdat Guyana probeert de aandacht te verplaatsen van diplomatieke erkenning naar concrete economische uitvoering. De oprichting van gespecialiseerde ontwikkelingsgroepen, de voorbereiding van investeringsprojecten voor Londen, de selectie van maximaal dertig gemeenschappen en de inzet van geavanceerde technologie vormen gezamenlijk een ambitieus programma dat binnen twaalf maanden aantoonbare resultaten moet opleveren. De komende periode zal moeten uitwijzen of de Global Biodiversity Alliance daadwerkelijk in staat is voldoende financiële middelen, technische deskundigheid en politieke samenwerking te mobiliseren om deze doelstellingen te realiseren, of dat de organisatie uiteindelijk wordt geconfronteerd met dezelfde uitvoeringsproblemen die internationale milieuprogramma’s al jarenlang belemmeren. De boodschap van Ali is dat de waarde van biodiversiteitsbeleid niet langer moet worden afgemeten aan het aantal deelnemers, conferenties en verklaringen, maar aan de problemen die worden opgelost en de economische mogelijkheden die voor gemeenschappen ontstaan. Daarmee wordt een nieuwe maatstaf geïntroduceerd voor internationale samenwerking rond natuurbehoud, waarbij niet langer uitsluitend de bescherming van het regenwoud centraal staat, maar vooral de vraag of landen erin slagen van hun natuurlijke rijkdommen een duurzaam economisch fundament te maken dat zowel de biodiversiteit als de bestaanszekerheid van toekomstige generaties versterkt.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag