De overeenkomst tussen Suriname en de Verenigde Staten over het onderscheppen van burgerluchtvaartuigen in de strijd tegen de illegale drugshandel is nog niet klaar voor een definitieve parlementaire behandeling. Tijdens overleg tussen de Commissie van Rapporteurs (CvR) en minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking zijn verschillende juridische en constitutionele knelpunten naar voren gebracht. De commissie vindt dat het wetsvoorstel op belangrijke onderdelen nadere aanscherping behoeft. Daarmee wordt duidelijk dat de voorgenomen samenwerking met Washington niet zonder meer op parlementaire instemming kan rekenen. De overeenkomst moet een juridisch kader scheppen waarbinnen ondersteuning kan worden verleend bij het onderscheppen van burgerluchtvaartuigen die mogelijk betrokken zijn bij illegale drugstransporten. Hoewel de bestrijding van de internationale drugshandel een zwaarwegend veiligheidsbelang is, mag dat volgens de aandachtspunten van de commissie niet betekenen dat fundamentele juridische waarborgen naar de achtergrond verdwijnen. Juist bij een regeling die betrekking heeft op het onderscheppen van burgerluchtvaartuigen binnen het Surinaamse luchtruim, is uiterste zorgvuldigheid vereist.
Het gaat immers niet uitsluitend om internationale samenwerking of de versterking van de veiligheidsdiensten, maar ook om bevoegdheden die rechtstreeks kunnen ingrijpen in de veiligheid van burgers en de soevereiniteit van de staat. De Commissie van Rapporteurs heeft tijdens het overleg duidelijk gemaakt dat het wetsvoorstel op verschillende punten onvoldoende scherp is uitgewerkt. De bepalingen moeten duidelijker worden geformuleerd en mogen niet botsen met de Surinaamse Grondwet. Dat zijn geen bijkomstige technische opmerkingen, maar essentiële voorwaarden voor een overeenkomst die mogelijk verstrekkende gevolgen heeft voor de uitoefening van staatsbevoegdheden binnen het eigen luchtruim. Daarmee legt de commissie een gevoelig punt bloot. Suriname wil de samenwerking met de Verenigde Staten bij de bestrijding van drugshandel versterken, maar moet tegelijkertijd voorkomen dat internationale afspraken leiden tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en juridische aansprakelijkheid. Een overeenkomst met een buitenlandse mogendheid mag niet worden beoordeeld op basis van uitsluitend de goede bedoelingen die eraan ten grondslag liggen. De concrete inhoud en de rechtsgevolgen moeten doorslaggevend zijn.
Minister Bouva heeft tijdens het overleg kennisgenomen van de bezwaren en aandachtspunten van de commissie en de doelstellingen van de overeenkomst nader toegelicht. Ook benadrukte hij het belang van de bilaterale samenwerking tussen Suriname en de Verenigde Staten. De minister heeft toegezegd de besproken punten terug te koppelen aan de Amerikaanse ambassadeur, zodat de aangehaalde vraagstukken nader kunnen worden besproken. Die toezegging maakt echter duidelijk dat de onderhandelingen over de precieze inhoud van de overeenkomst nog niet zijn afgerond. De noodzaak om de Amerikaanse ambassadeur opnieuw bij de discussie te betrekken, onderstreept dat er nog werk aan de winkel is voordat Suriname zich juridisch en politiek volledig achter de regeling kan scharen. Het is daarbij van belang dat de regering niet uitsluitend oog heeft voor het diplomatieke belang van een goede relatie met Washington. De verantwoordelijkheid om de nationale wetgeving, de Grondwet en de belangen van de Surinaamse bevolking te beschermen, moet vooropstaan. Internationale samenwerking kan effectief zijn, maar mag nooit ten koste gaan van rechtszekerheid en nationale zeggenschap. Ook het parlement heeft hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. De behandeling van een overeenkomst met dergelijke implicaties mag geen formaliteit worden waarbij de regering de gemaakte afspraken presenteert en de volksvertegenwoordiging vervolgens slechts haar goedkeuring verleent.
Juist bij veiligheidsvraagstukken moet het parlement kritisch toetsen of de voorgestelde afspraken voldoende waarborgen bevatten. Na het overleg met Bouva heeft de Commissie van Rapporteurs, onder voorzitterschap van Ronnie Brunswijk MBA, de vergadering voortgezet. De leden hebben vervolgens uitsluitend in commissieverband beraadslaagd over het verdere voorbereidingstraject en de voortgang van de behandeling. Dat de overeenkomst nog onderwerp is van intern overleg, wijst erop dat de commissie de aangehaalde knelpunten niet als afgedaan beschouwt. Eerst moet duidelijk worden op welke wijze de juridische en constitutionele bezwaren worden verwerkt en of de noodzakelijke aanpassingen daadwerkelijk worden doorgevoerd. De strijd tegen illegale drugshandel vraagt om doortastend optreden en internationale samenwerking. Maar doortastendheid mag niet worden verward met haast. Een overeenkomst die ingrijpt op het gebruik en de controle van het Surinaamse luchtruim moet juridisch waterdicht zijn en ondubbelzinnig vastleggen wie waarvoor verantwoordelijk is. Voor Suriname staat daarom meer op het spel dan alleen een samenwerkingsovereenkomst met een machtige partner. Het gaat ook om de vraag hoe ver de staat bereid is te gaan in de samenwerking met het buitenland, zonder de eigen constitutionele grenzen uit het oog te verliezen. De uiteindelijke beoordeling zal moeten uitwijzen of de regering erin slaagt veiligheidssamenwerking en nationale rechtsstatelijke waarborgen met elkaar te verenigen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com