Het geduld van particuliere lijnbushouders raakt op. Terwijl bushouders maandenlang wachten op vergunningen, stickers en andere noodzakelijke documenten, lijkt het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) er maar niet in te slagen om de achterstanden structureel weg te werken. De gevolgen zijn niet alleen financieel voor de betrokken bushouders, maar raken uiteindelijk ook de kwaliteit en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer. De Particuliere Lijnbushoudersorganisatie (PLO) heeft het ministerie tot vrijdag de tijd gegeven om duidelijkheid te verschaffen over de dossiers van bushouders die al maanden wachten op afhandeling. Volgens PLO voorzitter John Mahadewsing staan sommige bussen inmiddels vijf tot zes maanden stil. Voor de ondernemers betekent dat maanden zonder inkomsten, terwijl vaste lasten, onderhoudskosten en gezinsverplichtingen gewoon doorgaan. Ze hebben geen inkomen, ze hebben ook een gezin thuis. Het is een uitspraak die de menselijke kant van de bureaucratische vertraging zichtbaar maakt. Een vergunning of sticker is voor een ministerie misschien slechts een dossierstuk, maar voor een kleine ondernemer kan het het verschil betekenen tussen een inkomen en financiële problemen.
Dat dossiers maanden blijven liggen zonder dat duidelijk is waar de vertraging ontstaat, is echter vooral een bestuurlijk probleem. De PLO heeft vorige week opnieuw documenten van de betrokken bushouders bij de directie van TCT afgegeven. Daarmee wordt opnieuw tijd en energie gestoken in iets wat volgens de organisatie al lang geregeld had moeten zijn. Mahadewsing heeft duidelijk gemaakt dat de PLO niet van plan is om telkens opnieuw dezelfde documenten aan te leveren. Volgens hem bevinden de stukken zich al bij het ministerie. Het opnieuw opvragen en indienen van documenten wijst op een gebrekkige administratieve organisatie en gebrekkige communicatie binnen de overheidsdienst. Het probleem gaat daarmee verder dan enkele vertraagde vergunningen. Het raakt aan de manier waarop TCT beleid maakt, uitvoert en controleert. Het ministerie heeft op het gebied van het openbaar vervoer nog altijd een aanzienlijke achterstand in te halen. Op de Surinaamse wegen blijft sprake van wanorde rond het personenvervoer. Routes, vergunningen, naleving van regels en de controle op bushouders vormen al geruime tijd onderwerpen die om een consequente en transparante aanpak vragen.
Zolang beleid niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd, blijven problemen zich opstapelen. TCT lijkt ondertussen vooral zichtbaar te zijn bij bezoeken, bijeenkomsten en andere publieke momenten, terwijl op het terrein de uitvoering achterblijft. Beleid presenteren is één ding. Beleid daadwerkelijk uitvoeren, controleren en bijsturen is iets anders. Juist op dat laatste punt lijkt het ministerie grote steken te laten vallen. De problemen binnen een ministerie mogen bovendien nooit worden afgewenteld op ondernemers die afhankelijk zijn van overheidsbesluiten om hun werk te kunnen doen. Als er interne administratieve of organisatorische problemen zijn, is het aan TCT om die intern op te lossen. De bushouder mag niet het slachtoffer worden van een slecht functionerend systeem. Mahadewsing heeft zowel de directeur als het kabinet van de minister aangesproken en aangedrongen op een snelle afhandeling. Volgens de gemaakte afspraken moet donderdag meer duidelijkheid komen en staat voor vrijdag mogelijk overleg tussen de PLO en de minister gepland. Daarmee ligt er opnieuw een kans voor TCT om niet alleen toezeggingen te doen, maar ook daadwerkelijk resultaten te laten zien. De druk vanuit de sector neemt ondertussen toe. Een actie wordt voorlopig nog vermeden, maar het geduld van de bushouders is duidelijk, de emmer loop bijna over.
Dat is begrijpelijk. Een ondernemer die vijf of zes maanden met een stilstaande bus zit, kan niet blijven wachten op een ministerie dat dossiers van het ene bureau naar het andere laat bewegen. TCT heeft daarom meer te doen dan alleen deze achterstand wegwerken. Het ministerie moet orde brengen in zijn vergunningenbeleid, administratieve processen verbeteren, duidelijke termijnen hanteren en ervoor zorgen dat regels consequent worden toegepast. Daarnaast is een structurele aanpak nodig voor het openbaar vervoer en de verschillende busroutes. Suriname heeft geen behoefte aan beleid dat alleen op papier bestaat of aan mooie presentaties zonder zichtbare uitvoering. De samenleving heeft behoefte aan een ministerie dat verantwoordelijkheid neemt, besluiten uitvoert en problemen daadwerkelijk oplost. De kwestie rond de bushouders is daarmee een symptoom van een groter bestuurlijk probleem. Zolang dossiers blijven liggen, vergunningen uitblijven en ondernemers maandenlang zonder inkomen zitten, blijft de conclusie onvermijdelijk, TCT heeft nog veel werk te verzetten voordat van effectief en betrouwbaar beleid kan worden gesproken. Voor de bushouders is vrijdag geen gewone deadline. Het is opnieuw een moment waarop het ministerie moet aantonen dat toezeggingen ook daadwerkelijk iets waard zijn.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com