Een nieuwe weg, brug, haven of luchthaven is op zichzelf geen economische ontwikkeling. Infrastructuur krijgt pas waarde wanneer zij productie, handel, toerisme en mensen daadwerkelijk met elkaar verbindt. Dat uitgangspunt klinkt vanzelfsprekend, maar juist daar ligt een van de grootste uitdagingen voor Suriname. Het land heeft jarenlang geïnvesteerd in losse infrastructuurprojecten, terwijl onderhoud, ruimtelijke ordening, verkeersdoorstroming en economische planning onvoldoende in samenhang zijn aangepakt. De regering kondigt nu opnieuw een brede infrastructuuragenda aan. Wegen moeten worden verbeterd, wateroverlast aangepakt, verkeersknelpunten opgelost en verbindingen met buurlanden versterkt. Ook de luchthaven, grensovergangen en afvalverwerking staan op de agenda. De ambitie is omvangrijk. De werkelijke test wordt echter niet de hoeveelheid projecten die wordt aangekondigd, maar de mate waarin deze projecten daadwerkelijk worden uitgevoerd, onderhouden en gekoppeld aan economische activiteiten. Het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) bevindt zich daarbij in een cruciale positie. De sterke groei van bouwactiviteiten bij bedrijven, horecabedrijven en burgers vergroot de vraag naar materialen, transport en arbeidskrachten. Tegelijkertijd neemt de druk op het bestaande wegennet toe. Zwaar vrachtverkeer, gebrekkige wegen, wateroverlast en beperkte alternatieve routes versterken elkaar.
Wie economische groei wil stimuleren zonder deze infrastructuurproblemen structureel aan te pakken, loopt het risico dat groei uiteindelijk wordt afgeremd door de infrastructuur zelf. De aangekondigde maatregelen voor 2027 en 2028 zijn daarom noodzakelijk, maar vereisen meer dan een lijst van projecten. De aanpak van verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid, samen met het Verkeersveiligheidsinstituut en de politie, moet gebaseerd zijn op duidelijke risicoanalyses en meetbare resultaten. Strategische rotondes, eenrichtingsverkeer en het weren van zwaar vrachtverkeer uit de binnenstad kunnen bijdragen aan een betere verkeersafwikkeling, maar alleen wanneer zij onderdeel zijn van een samenhangend verkeersplan. Ook de rehabilitatie van bruggen aan de Oost-Westverbinding, de verbetering van de wegen Zanderij-Apoera en Nickerie-Apoera, de verharding van zandwegen en de verdere ontwatering van Paramaribo-Zuid zijn geen luxeprojecten. Het zijn voorwaarden voor bereikbaarheid en economische activiteit. Vooral verbindingen naar productiegebieden verdienen daarbij een economische benadering. Een betere weg heeft pas maximale waarde wanneer landbouw, mijnbouw, industrie, toerisme en lokale ondernemingen die verbinding daadwerkelijk kunnen benutten. Daarbij komt een fundamenteel probleem dat in Suriname vaker onderbelicht blijft, onderhoud.
Nieuwe infrastructuur aanleggen is politiek en maatschappelijk zichtbaarder dan bestaande infrastructuur onderhouden. Toch bepaalt juist structureel onderhoud hoe lang een investering meegaat. Zonder voldoende middelen, technische capaciteit en duidelijke verantwoordelijkheden dreigt Suriname steeds opnieuw te betalen voor herstel van infrastructuur die eerder al met publieke middelen is aangelegd. Ook de luchtvaartsector krijgt een belangrijke plaats in de plannen. De opheffing van de Europese blacklisting wordt terecht gekoppeld aan transport voor toerisme, handel en industrie. De samenwerking tussen CASAS, de Luchtvaartdienst, TAS en het luchthavenbeheer zou volgens de regering aanzienlijk zijn verbeterd. De aangekondigde substantiële upgrade van de Johan Adolf Pengel International Airport vanaf 2027 moet daarom verder gaan dan een cosmetische modernisering. Veiligheid, dienstverlening, efficiëntie en internationale standaarden moeten centraal staan. De luchthaven moet functioneren als economische toegangspoort en niet uitsluitend als aankomst en vertrekpunt. Hetzelfde geldt voor de verbindingen over water met Guyana en Frans-Guyana. Betere faciliteiten en dienstverlening bij deze oversteekplaatsen kunnen grenshandel, personenvervoer en regionale economische samenwerking versterken. De aangekondigde plannen voor brugverbindingen met buurlanden passen binnen diezelfde strategie.
Maar grensoverschrijdende infrastructuur heeft alleen economische betekenis wanneer ook douane, logistiek, transport, regelgeving en grensprocedures daarop zijn afgestemd. Opvallend is dat ook afvalverwerking onderdeel wordt van de infrastructuuragenda. Het standaardiseren van vuilophaal en het voldoen aan internationale eisen zijn geen secundaire kwesties. Afvalbeheer raakt volksgezondheid, leefomgeving, stadsontwikkeling en het internationale imago van Suriname. Het certificeren van bestaande vuilstortplaatsen en het aanleggen van nieuwe verzamelplaatsen kunnen noodzakelijk zijn, maar ook hier geldt dat infrastructuur zonder goed beheer snel opnieuw een probleem wordt. Suriname staat daarmee voor een grotere opgave dan het simpelweg bouwen van meer wegen, bruggen en gebouwen. Het land moet af van een versnipperde benadering waarin projecten afzonderlijk worden beoordeeld. Infrastructuurbeleid moet worden gekoppeld aan ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, verkeersveiligheid, milieubeheer en regionale handel. De komende jaren zullen daarom vooral duidelijk maken of de aangekondigde plannen uitgroeien tot een samenhangend nationaal infrastructuurbeleid. De economische waarde ontstaat uiteindelijk niet uit beton, asfalt of staal, maar uit wat die infrastructuur mogelijk maakt. Daar ligt de echte maatstaf voor de regering, niet hoeveel infrastructuur wordt aangelegd, maar hoeveel economische activiteit, bereikbaarheid, veiligheid en maatschappelijke waarde ermee duurzaam wordt gecreëerd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com