Met een schadebedrag van 822 miljard euro sinds 1980 wordt de klimaatcrisis in Europa steeds minder een debat over toekomstbeelden en steeds meer een harde rekening die al op tafel ligt. Alleen tussen 2021 en 2024 liep de schade op tot ongeveer 208 miljard euro, een kwart van het totale verlies in ruim vier decennia. Spanje vindt dat de Europese Unie te lang heeft gereageerd nadat branden, droogte, overstromingen en hittegolven al huishielden, en eist daarom een permanente Europese aanpak die niet afhankelijk blijft van losse noodmaatregelen.
Madrid wil dat de Europese Unie een afzonderlijk klimaatadaptatiefonds opricht en lidstaten bindende doelen oplegt voor de bescherming van water, gezondheidszorg, infrastructuur, bossen, toerisme, landbouw en visserij. Het voorstel raakt daarmee de kern van een ongemakkelijke politieke werkelijkheid. Europa heeft wel ambitieuze doelstellingen voor minder uitstoot, maar beschikt nog altijd niet over een afdwingbaar systeem dat landen verplicht zich tijdig te wapenen tegen de schade die al onvermijdelijk is geworden.
De cijfers maken duidelijk waarom die druk groeit. Overstromingen waren verantwoordelijk voor 47 procent van de geregistreerde economische schade door weer en klimaatextremen in de Europese Unie. Stormen, hagel en blikseminslag namen ongeveer 27 procent voor hun rekening, gevolgd door hittegolven met bijna 18 procent. Bosbranden, droogte, vorst en andere extremen vullen de rest aan. Een klimaatbeleid dat uitsluitend draait om uitstootreductie zonder bescherming van woningen, landbouwgronden, wegen, ziekenhuizen en elektriciteitsnetten laat de rekening uiteindelijk bij burgers en lokale overheden terechtkomen.
Spanje stelt daarom voor dat klimaatrisico’s elke vijf jaar worden beoordeeld op Europees, nationaal en regionaal niveau. Die analyses mogen niet eindigen in rapporten die stof verzamelen op ministeries, maar moeten doorwerken in ruimtelijke ordening, bouwplannen, publieke investeringen en de aanleg van kritieke infrastructuur. Een weg, woonwijk of ziekenhuis dat vandaag wordt gebouwd zonder rekening te houden met hitte, droogte of wateroverlast, kan morgen veranderen in een kostbare bestuurlijke fout.
De strijd gaat vooral over geld. Spanje ziet ruimte voor heffingen op de winsten van olie en gasbedrijven, gezamenlijke Europese schuldfinanciering, een publiek private herverzekeringsregeling en klimaatrisico obligaties die bij grote rampen kunnen worden aangesproken. Zes Europese landen hebben eerder al aangedrongen op overleg over een belastingmechanisme voor uitzonderlijke winsten in de oliesector. De vraag is daarom niet meer of klimaatadaptatie geld kost, maar wie de kosten draagt wanneer de volgende brand, overstroming of droogteperiode toeslaat.
Een versterking van het bestaande Europese noodmechanisme moet volgens het Spaanse plan uitmonden in een permanente klimaatrespons met gedeelde apparatuur, vaste protocollen en een Europese luchtvloot voor brandbestrijding. Dat idee klinkt logisch, maar legt ook de zwakte van de huidige aanpak bloot. Lidstaten vragen vaak pas om gezamenlijke capaciteit wanneer nationale systemen al onder druk staan, waarna solidariteit verandert in een race tegen de tijd.
Brussel werkt ondertussen aan een geïntegreerd kader voor klimaatbestendigheid en risicobeheer dat later dit jaar wordt verwacht. De Europese Unie is wettelijk gebonden aan klimaatneutraliteit in 2050 en aan een netto emissiereductie van minstens 55 procent in 2030, maar die doelen verliezen politieke geloofwaardigheid wanneer Europa wel belooft de opwarming te remmen en tegelijk onvoldoende investeert in bescherming tegen de gevolgen die zich al voordoen.
Suriname doet er verstandig aan deze discussie niet te bekijken als een ver Europees vraagstuk, want ook hier kunnen droogte, zware regenval, waterbeheer, volksgezondheid, landbouw en kwetsbare infrastructuur niet langer los van elkaar worden behandeld. Olie inkomsten en publieke investeringen krijgen pas echte waarde wanneer een deel daarvan wordt gebruikt om wijken, productielocaties, dijken, afwatering en essentiële voorzieningen bestand te maken tegen de risico’s die zichtbaar toenemen.
Europa staat op een kruispunt waarop het niet meer genoeg is om na elke ramp medeleven, noodgeld en herstelplannen te organiseren. Zonder vaste financiering, bindende normen en bestuurders die risico’s vóór de schade berekenen, blijft klimaatbeleid een dure vorm van nablussen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com