Het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) wil het bestaande National Oil Spill Contingency Plan verbreden tot een nationaal plan voor verschillende vormen van vervuiling. In werkelijkheid legt het vooral een ongemakkelijke tekortkoming. Suriname beschikt kennelijk nog niet over een volledig nationaal systeem waarmee het land adequaat kan reageren wanneer vervuiling zich voordoet. Terwijl activiteiten op land en zee toenemen en de offshoresector zich richting 2028 verder moet ontwikkelen, wordt nu pas serieus gekeken naar de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is wanneer het misgaat. Dat is geen luxeprobleem, het gaat om de bescherming van de territoriale wateren, de Exclusieve Economische Zone (EEZ), het binnenland en uiteindelijk de volksgezondheid, natuur en economie. Een incident houdt zich immers niet aan de grenzen van ministeries, diensten of bevoegdheden. Vervuiling kan zich razendsnel verspreiden, terwijl overheidsstructuren vaak juist traag reageren. Minister Brunings heeft aangegeven dat het huidige plan wordt herzien. Het bestaande document is vooral gericht op offshore olieverontreiniging.
De ambitie is nu om daarvan een nationaal plan te maken dat alle vormen van vervuiling omvat. Dat is een verstandige stap, maar tegelijkertijd een duidelijke erkenning dat de bestaande aanpak te smal is voor de werkelijkheid waarmee Suriname wordt geconfronteerd. Vooral de timing verdient kritische aandacht. De autoriteiten weten al dat de offshoreactiviteiten zullen toenemen. Dan zou een robuust nationaal rampen en vervuilingsplan geen onderwerp van vrijblijvende brainstormsessies moeten zijn, maar een absolute randvoorwaarde voor verdere economische ontwikkeling. Eerst meer activiteiten toestaan en vervolgens pas de nationale crisisstructuur op orde brengen, is bestuurlijk de verkeerde volgorde. De stakeholdersmeeting moet volgens het ministerie de basis leggen voor een mogelijk bredere workshop. Daar werd onder meer gesproken over de samenstelling van een comité en over de vraag welke organisaties moeten worden betrokken. De Maritieme Politie, het Openbaar Ministerie, Justitie en Veiligheid, Transport, Communicatie en Toerisme en Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking worden genoemd als mogelijke aanvullende deelnemers.
Dat klinkt zorgvuldig, maar het gevaar schuilt juist in het proces zelf. Suriname heeft behoefte aan duidelijke bevoegdheden, korte communicatielijnen en mensen die op het moment van een incident daadwerkelijk kunnen handelen. Een comité mag geen nieuw bestuurlijk parkeerterrein worden waar verantwoordelijkheden worden verdeeld, maar waar uiteindelijk niemand verantwoordelijk is. Opvallend is dat een oefening in oktober 2025 al tekortkomingen blootlegde op het gebied van communicatie, rollen en verantwoordelijkheden. Dat zijn geen details die in een rapport mogen verdwijnen. Juist tijdens een echte vervuilingsramp kunnen dergelijke tekortkomingen het verschil maken tussen beheersbare schade en een nationale milieuramp. De aangekondigde herziening moet daarom veel verder gaan dan het aanpassen van documenten. Een plan dat alleen in de lucht bestaat, heeft nauwelijks waarde. Er moeten duidelijke commandostructuren komen, vaste aanspreekpunten, wettelijke bevoegdheden, voldoende materieel, getraind personeel en een systeem waarmee verschillende diensten onmiddellijk informatie kunnen delen. Ook moet helder zijn wie tijdens een incident de leiding neemt en wie daarover rekenschap aflegt. Daarbij is het essentieel dat lessen uit eerdere incidenten en oefeningen niet alleen worden geregistreerd, maar aantoonbaar worden verwerkt. Anders wordt iedere oefening een ritueel zonder consequenties.
De uitbreiding naar alle vormen van vervuiling is noodzakelijk. Maar de echte test begint pas wanneer het plan van papier naar praktijk gaat. Suriname staat aan de vooravond van een periode waarin economische activiteiten op land en zee kunnen toenemen. Daarmee nemen ook de risico’s toe. Wie die risico’s serieus neemt, wacht niet op een ramp om te ontdekken waar de zwakke plekken zitten. Het nieuwe nationale plan moet daarom geen bestuurlijk document worden dat vooral goed oogt tijdens presentaties. Het moet een operationeel instrument zijn dat op het slechtst denkbare moment werkt. Want bij een vervuilingsincident is er geen ruimte voor commissies die nog moeten bepalen wie bevoegd is, ministeries die langs elkaar heen werken of instanties die naar elkaar wijzen. Suriname heeft nu de kans om die kwetsbaarheid weg te nemen. Maar die kans is alleen waardevol als de aangekondigde herziening uitmondt in concrete bevoegdheden, middelen, training en verantwoordelijkheid. Anders blijft de verbreding van het olielekplan vooral een nieuwe naam voor een oud probleem, veel overleg, veel plannen en te weinig paraatheid wanneer het er werkelijk op aankomt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com