Wat een belangrijk moment van duidelijkheid had moeten zijn voor duizenden leerlingen, ouders en leerkrachten, is opnieuw uitgedraaid op onzekerheid, verwarring en organisatorische chaos. De uitslag van leerjaar 10 wordt vandaag niet bekendgemaakt, nadat problemen zijn ontdekt in de verwerking van de resultaten. Dat president Jennifer Simons persoonlijk moest ingrijpen nadat zij kennis had genomen van de situatie, maakt duidelijk dat het niet om een klein administratief ongemak gaat. Het raakt de geloofwaardigheid van het onderwijssysteem zelf. Schoolleiders kregen van het Examenbureau geen gebruikelijke toetsbriefjes, maar een Excelbestand waarin zij zelf de resultaten van leerlingen moeten controleren. Vervolgens moeten zij nagaan of de cijfers correct zijn verwerkt en indien nodig, correcties aanbrengen. Het gaat daarbij onder meer om de zogenoemde berekende vijven, waarmee het systeem geen rekening zou hebben gehouden. Dat is geen detail dat men op het laatste moment nog even kan repareren. Examenresultaten bepalen immers of leerlingen overgaan, welke vervolgstap zij kunnen zetten en hoe zij naar hun eigen prestaties kijken.
Wanneer de overheid op het moment van publicatie ontdekt dat resultaten mogelijk niet correct zijn verwerkt, rijst onvermijdelijk de vraag hoe grondig het hele proces vooraf is gecontroleerd. Het meest zorgwekkende aspect is misschien wel dat de verantwoordelijkheid nu gedeeltelijk bij de scholen wordt gelegd. Schoolleiders en leerkrachten moeten onder grote tijdsdruk controleren of de resultaten van hun leerlingen kloppen. Zij moeten eventuele correcties volgens specifieke regels verwerken, deze zichtbaar markeren en het aangepaste bestand terugsturen naar het Examenbureau. Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie. Een centraal examenproces hoort juist zekerheid, uniformiteit en controle te bieden. In plaats daarvan worden scholen geconfronteerd met een bestand dat zij zelf moeten controleren voordat een officiële uitslag kan worden vastgesteld. De schoolleiding wordt daarmee feitelijk een extra controlelaag in een proces dat al door gespecialiseerde instanties had moeten zijn gecontroleerd. Het Examenbureau spreekt in zijn brief over een overmachtssituatie. Die formulering verdient kritische aandacht.
Een overmachtssituatie kan verklaren waarom de gebruikelijke toetsbriefjes niet zijn verstrekt. Zij verklaart echter niet automatisch waarom de resultaten vervolgens niet volledig correct in het systeem zijn verwerkt. Technische of organisatorische problemen kunnen voorkomen, maar de echte verantwoordelijkheid ligt bij de vraag of er voldoende controlemechanismen waren voordat resultaten aan scholen werden doorgestuurd. Ook de tijdsdruk is problematisch. Scholen moeten niet alleen de bestanden controleren, maar de correcte resultaten vervolgens ook met leerlingen en ouders of verzorgers delen. Dat vraagt uiterste nauwkeurigheid. Een fout in een examenresultaat is immers geen gewone administratieve vergissing. Achter ieder cijfer zit een leerling, een toekomstplan en vaak maanden of jaren van inspanning. Dat president Simons na inzage van de brief direct contact heeft opgenomen met minister Dirk Currie, toont aan dat de situatie ernstig genoeg werd bevonden om op het hoogste politieke niveau te worden besproken. Dat ingrijpen is begrijpelijk, maar het roept tegelijkertijd een bredere conclusie op, als de president persoonlijk moet ingrijpen voordat een examenuitslag kan worden gepubliceerd, is er iets fundamenteels mis met de interne controle en communicatie.
De onderwijssector heeft vooral behoefte aan duidelijkheid, niet aan nieuwe onzekerheid. Schoolleiders en leerkrachten kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor fouten die buiten hun controle zijn ontstaan. Zij kunnen uitsluitend correcties uitvoeren binnen de vastgestelde regels. Het Examenbureau benadrukt terecht dat scholen niet zelfstandig cijfers mogen veranderen. Maar juist daarom moet het centrale systeem ervoor zorgen dat de cijfers die scholen ontvangen vanaf het begin betrouwbaar zijn. De situatie rond leerjaar 10 is daarom meer dan een technisch probleem met een Excelbestand. Het is een testcase voor de manier waarop het ministerie, het Examenbureau en de onderwijsinstellingen omgaan met verantwoordelijkheid, controle en transparantie. Wanneer duizenden leerlingen moeten wachten omdat een systeem onvoldoende rekening heeft gehouden met bestaande berekeningsregels, moet niet alleen worden gekeken naar de oplossing van vandaag, maar vooral naar de oorzaak van gisteren.
De overheid kan deze kwestie niet afdoen met de mededeling dat maatregelen worden getroffen en dat het onderwijsveld later verder wordt geïnformeerd. Er moet worden vastgesteld hoe dit kon gebeuren, wie verantwoordelijk was voor de controle en waarom scholen pas op het laatste moment met deze problemen werden geconfronteerd. Leerlingen verdienen een uitslag waarop zij kunnen vertrouwen. Ouders verdienen duidelijkheid. Leerkrachten verdienen een werkbare procedure. En het onderwijs verdient een examenbureau dat fouten vóór de publicatie van resultaten ontdekt, niet erna. De vertraging van de uitslag is vervelend. Maar nog schadelijker zou het zijn als deze crisis wordt opgelost zonder dat het systeem ervan leert. Want een onderwijsstelsel dat onzekerheid produceert op het moment dat het zekerheid zou moeten bieden, heeft niet alleen een technisch probleem. Het heeft een vertrouwensprobleem.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com