De uitbreiding van BRICS verandert de internationale financiële orde niet doordat de dollar morgen verdwijnt of het Internationaal Monetair Fonds plotseling irrelevant wordt, maar doordat landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en het Midden Oosten steeds meer instellingen, handelsroutes en betalingssystemen krijgen waaruit zij kunnen kiezen. Egypte en Ethiopië hebben met hun toetreding de Afrikaanse aanwezigheid binnen BRICS vergroot, Zuid Afrika blijft een van de oorspronkelijke leden en andere landen zoeken nauwere samenwerking met een groep die inmiddels elf grote opkomende economieën en ontwikkelingslanden bijeenbrengt. De werkelijke machtsverschuiving zit daarom niet in een spectaculaire vervanging van het Westen, maar in het verlies van het oude monopolie waarbij toegang tot grote hoeveelheden internationaal kapitaal vrijwel automatisch via Washington, Londen, Parijs of andere westerse financiële centra liep.
De onvrede waarop BRICS voortbouwt is niet verzonnen, want de stemverhoudingen binnen het Internationaal Monetair Fonds lopen nog altijd ver achter op de veranderde economische werkelijkheid. De Verenigde Staten bezitten 16,49 procent van het stemrecht, China 6,08 procent, India 2,63 procent, Brazilië 2,22 procent, Zuid Afrika 0,63 procent, Egypte 0,43 procent en Ethiopië slechts 0,09 procent. Washington beschikt daarmee alleen over meer invloed dan China, India, Brazilië en Zuid Afrika gezamenlijk, hoewel deze economieën samen een enorm deel van de wereldbevolking, productie en toekomstige groei vertegenwoordigen. Dat verschil voedt terecht de overtuiging dat de instituties die mondiale discipline opleggen niet evenredig worden bestuurd door de landen die de gevolgen van hun besluiten moeten dragen.
Het historische optreden van het IMF en de Wereldbank heeft die frustratie versterkt, omdat financiële noodsteun in veel landen werd verbonden aan bezuinigingen, privatisering, wisselkoersaanpassingen, hervormingen van staatsbedrijven en vermindering van subsidies. Sommige maatregelen waren noodzakelijk om onhoudbare tekorten, verliesgevende instellingen en monetaire wanorde te corrigeren, maar programma’s hebben eveneens sociale schade veroorzaakt wanneer gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en productieve staatsinvesteringen sneller werden ingeperkt dan de economie zich kon herstellen. De fout ligt daarom niet in iedere vorm van voorwaardelijkheid, want geen enkele bank kan onbeperkt geld verstrekken zonder eisen, maar in een machtsverhouding waarin landen soms alleen nog mochten kiezen tussen economisch pijnlijke voorwaarden en een onmiddellijke financiële instorting.
BRICS biedt tegenover die ervaring geen volledig uitgewerkte nieuwe wereldregering, maar een verzameling mechanismen waarmee landen hun speelruimte proberen te vergroten. De groep heeft geen gemeenschappelijke munt, geen supranationale centrale bank, geen geïntegreerde begroting en geen politieke eenheid die vergelijkbaar is met een federale staat. China, India, Brazilië, Rusland, Iran, Saudi Arabië en de andere leden hebben verschillende veiligheidsbelangen, economische modellen en relaties met het Westen, waardoor samenwerking meestal ontstaat rond concrete onderwerpen zoals handel, infrastructuur, betalingen, energie en hervorming van internationale instellingen. Die interne verschillen maken BRICS minder geschikt als gesloten geopolitiek blok, maar juist bruikbaar als onderhandelingsplatform voor landen die niet opnieuw volledig afhankelijk willen worden van één machtscentrum.
De populaire bewering dat inmiddels 65 procent van alle betalingen tussen BRICS landen in nationale valuta wordt afgewikkeld en dat de dollar en euro samen onder 30 procent zijn gezakt, kan op basis van openbaar beschikbare uniforme cijfers niet overtuigend worden bevestigd. Officiële BRICS documenten spreken nog steeds over het onderzoeken van technische mogelijkheden, het verbinden van nationale betalingssystemen, het versterken van correspondentbankrelaties en het vrijwillig uitbreiden van lokale valuta bij handelstransacties. De Cross Border Payments Initiative wordt daarmee wel degelijk ontwikkeld, maar bevindt zich nog in een fase van afstemming en uitvoering per land, niet in de vorm van één volledig operationeel BRICS betalingssysteem dat de bestaande internationale infrastructuur reeds heeft vervangen.
De handel tussen Rusland en China laat wel zien hoe snel lokale valuta terrein kunnen winnen wanneer politieke noodzaak, handelsvolume en staatsmacht dezelfde richting op bewegen. De bilaterale handel bedroeg in 2025 bijna 240 miljard dollar en de betalingen worden volgens beide regeringen inmiddels vrijwel volledig in roebel en renminbi uitgevoerd. Dat succes is echter gedeeltelijk ontstaan uit sancties en het vrijwel verdwijnen van bruikbare westerse betalingskanalen voor Rusland, waardoor andere BRICS landen dit voorbeeld niet automatisch kunnen kopiëren. Brazilië, India, Zuid Afrika, Egypte en de Golfstaten blijven omvangrijke handels en financiële relaties met de Verenigde Staten, Europa en mondiale investeerders onderhouden en hebben weinig belang bij een abrupte breuk die hun eigen toegang tot kapitaal zou beschadigen.
China bouwt ondertussen met het Cross Border Interbank Payment System een steeds groter netwerk voor betalingen in renminbi. Het platform telde in juni 2026 tweehonderdtien directe en 1.619 indirecte deelnemers, waaronder 103 indirecte deelnemers in Afrika en tientallen instellingen in Europa, Noord Amerika, Zuid Amerika en Oceanië. Die groei maakt CIPS tot een serieus aanvullend kanaal voor handel met China, maar nog niet tot een gelijkwaardige mondiale vervanging van alle dollarbetalingen. De renminbi blijft beperkt converteerbaar, Chinese kapitaalstromen worden gereguleerd en internationale beleggers vragen nog steeds om diepere, vrijere en juridisch voorspelbare markten voordat zij de munt op dezelfde schaal gebruiken als de dollar.
Afrika beschikt met het Pan African Payment and Settlement System over een mogelijk nog relevanter instrument, omdat handelaren daardoor vanuit hun eigen nationale munt kunnen betalen en de ontvanger eveneens in lokale valuta kan worden gecrediteerd. PAPSS is inmiddels actief in 28 Afrikaanse landen en verbindt meer dan 190 banken en financiële technologiebedrijven, waarmee het rechtstreeks probeert te voorkomen dat twee Afrikaanse ondernemingen voor een onderlinge transactie eerst dollars moeten kopen. Dat systeem kan kosten verlagen, de druk op schaarse deviezen verminderen en kleine bedrijven sneller laten afrekenen, maar het succes hangt af van voldoende liquiditeit, betrouwbare wisselkoersen, centrale banken die hun verplichtingen nakomen en handelsstromen die groot genoeg zijn om de infrastructuur economisch te dragen.
De New Development Bank vormt het meest tastbare institutionele resultaat van BRICS, omdat de bank tegen eind 2025 ongeveer 43 miljard dollar voor 139 projecten had goedgekeurd. De actieve portefeuille bestond uit 115 projecten met meer dan 35,6 miljard dollar aan financiering, waarbij transportinfrastructuur 38 procent vertegenwoordigde, schone energie en energie efficiëntie 10 procent en water en sanitaire voorzieningen 9 procent. Deze bedragen zijn te groot om de bank als symbolische organisatie af te doen, maar blijven bescheiden tegenover de mondiale financieringsbehoefte en de omvang van de Wereldbankgroep en andere gevestigde ontwikkelingsinstellingen. BRICS heeft dus een geloofwaardige nieuwe financier gebouwd, maar nog geen financieel stelsel dat de oude instellingen zelfstandig kan vervangen.
Het bestuursmodel van de bank vormt een bewuste correctie op de traditionele machtsverhoudingen, omdat de vijf oprichters ieder een gelijk aandeel kregen en geen enkele lidstaat over een individueel vetorecht beschikt. Brazilië, Rusland, India, China en Zuid Afrika bezaten eind 2025 ieder 18,76 procent van de aandelen, terwijl Algerije, Bangladesh, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten kleinere belangen hadden en verschillende andere landen nog bezig waren hun toetreding te voltooien. Gelijkheid tussen de oprichters voorkomt Chinese alleenheerschappij op papier, maar de economische omvang van China, de locatie van het hoofdkantoor in Shanghai en de afhankelijkheid van Chinese kapitaalmarkten geven Beijing in de praktijk onvermijdelijk aanzienlijke invloed. Institutionele regels kunnen machtsverschillen temperen, maar niet volledig laten verdwijnen.
De financiële cijfers ontkrachten tegelijk het idee dat de bank de dollar al grotendeels achter zich heeft gelaten. Ongeveer 59,5 procent van de actieve portefeuille was eind 2025 in Amerikaanse dollars uitgedrukt, tegenover 21,5 procent in renminbi, 6,8 procent in Zuid Afrikaanse rand en 1 procent in Indiase roepie. De bank heeft daarmee bijna drie tiende van haar portefeuille in de valuta van lidstaten opgebouwd en bereikte ongeveer het eigen strategische doel van 30 procent lokale financiering, maar de meerderheid van de projecten blijft nog steeds afhankelijk van dollars en andere harde valuta. De Nieuwe Ontwikkelingsbank is daarom geen bewijs dat ontkoppeling reeds is voltooid, maar wel dat gecontroleerde diversificatie mogelijk is wanneer een instelling lokale obligaties uitgeeft en leningen probeert af te stemmen op de munt waarin een project zijn inkomsten verdient.
De dollar zelf vertoont evenmin tekenen van een onmiddellijke val uit het wereldsysteem. De Amerikaanse munt vertegenwoordigde in het eerste kwartaal van 2026 nog 57,13 procent van de wereldwijde officiële valutareserves, tegenover 20,03 procent voor de euro en slechts 1,99 procent voor de renminbi. De dollar is sinds de eeuwwisseling geleidelijk minder dominant geworden, maar blijft profiteren van de enorme Amerikaanse obligatiemarkt, wereldwijde liquiditeit, juridische infrastructuur en het feit dat energie, grondstoffen, schulden en handelscontracten nog altijd massaal in dollars worden geprijsd. Een reservemunt verliest zijn positie niet doordat regeringsleiders een alternatief aankondigen, maar pas wanneer beleggers en centrale banken jarenlang aantoonbaar kunnen vertrouwen op een andere markt met vergelijkbare diepte en vrijheid.
Afrika heeft desondanks goede redenen om die afhankelijkheid te verminderen, omdat een stijgende dollar de lokale waarde van buitenlandse schulden, rente en importen vergroot zonder dat regeringen meer middelen ontvangen. De totale Afrikaanse schuldendienst werd voor 2024 niet op 70 miljard dollar maar op ongeveer 163 miljard dollar geraamd, waarna verschillende landen minder ruimte overhielden voor gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur en klimaatweerbaarheid. Een belangrijk deel van de buitenlandse schuld van ontwikkelingslanden luidt in dollars, waardoor Amerikaanse renteverhogingen en muntbewegingen rechtstreeks doorwerken in nationale begrotingen die nauwelijks invloed hebben op het beleid in Washington.
Lokale valutafinanciering kan dat risico verkleinen wanneer een spoorweg, energiecentrale of waterbedrijf inkomsten in dezelfde munt ontvangt als waarin de lening moet worden terugbetaald. Een project dat inkomsten in birr, rand of Egyptische pond verdient maar zijn schuld in dollars moet betalen, kan financieel instorten zodra de lokale munt verzwakt, ook wanneer de operationele prestaties goed blijven. Financiering in nationale valuta verplaatst een deel van het wisselkoersrisico naar de kredietverstrekker, maar vraagt daarvoor een betrouwbare obligatiemarkt, geloofwaardig monetair beleid en investeerders die bereid zijn de lokale munt langdurig aan te houden. Landen met hoge inflatie, kapitaalbeperkingen en plotselinge devaluaties kunnen daarom niet simpelweg politieke onafhankelijkheid verklaren en verwachten dat de markt zonder risicopremie volgt.
De grootste kans ligt in de combinatie van BRICS financiering, Afrikaanse betalingsinfrastructuur en de gemeenschappelijke markt van de African Continental Free Trade Area. Een continent dat grondstoffen blijft uitvoeren en machines, voedsel, medicijnen en technologie blijft importeren, kan met een andere betaalmunt nog steeds economisch afhankelijk blijven. PAPSS kan transactiekosten verminderen en de Nieuwe Ontwikkelingsbank kan wegen, energie en digitale infrastructuur financieren, maar industrialisatie ontstaat pas wanneer Afrikaanse bedrijven regionale waardeketens bouwen, grondstoffen verwerken, technologie ontwikkelen en voldoende schaal bereiken om internationaal te concurreren. Financiële autonomie zonder productieve capaciteit verandert alleen de munt waarin dezelfde zwakke economische structuur wordt afgerekend.
China kan binnen die transformatie kapitaal, technologie, machines en een grote afzetmarkt leveren, maar de relatie is niet automatisch gelijkwaardig omdat zij tussen landen uit het Mondiale Zuiden plaatsvindt. Een contract waarbij een Afrikaans land ruwe mineralen uitvoert, Chinese machines importeert, Chinese aannemers inzet en de lening met toekomstige grondstoffen aflost kan dezelfde afhankelijkheid creëren die eerder bij westerse financiers werd bekritiseerd. Het logo van de financier verandert niets wanneer aanbestedingen ondoorzichtig blijven, lokale bedrijven nauwelijks deelnemen, schuldvoorwaarden geheim zijn en het ontvangende land na voltooiing geen technische kennis bezit om het project zelfstandig te beheren.
De New Development Bank presenteert zich als vraaggestuurd en gebruikt nationale systemen en internationale goede praktijken, maar ook deze instelling verstrekt geen liefdadigheidsgeld. De bank voert kredietbeoordelingen uit, beheert risico’s, verwacht terugbetaling en moet haar hoge kredietwaardigheid beschermen om zelf goedkoop kapitaal te kunnen aantrekken. Ongeveer 86,6 procent van de actieve portefeuille bestaat uit leningen aan overheden en publieke instellingen, waardoor zwakke projectselectie uiteindelijk opnieuw op nationale begrotingen kan drukken. Het ontbreken van een pakket politieke hervormingen zoals bij sommige IMF programma’s betekent dus niet dat een slecht voorbereid project plotseling verantwoord wordt of dat schulden zonder economische opbrengst geen gevolgen hebben.
Afrikaanse regeringen krijgen door de nieuwe financiële architectuur meer onderhandelingsmacht, maar zij moeten eerst aantonen dat zij meerdere financiers tegen elkaar kunnen laten concurreren zonder zichzelf aan meerdere kanten tegelijk te verkopen. Transparante aanbestedingen, openbare leningsvoorwaarden, onafhankelijke haalbaarheidsstudies, professionele schuldregistratie en controle op uiteindelijk belanghebbenden bepalen of extra keuze daadwerkelijk voordeel oplevert. Een staat die binnenlands zwak bestuur, corruptie en onrealistische projecten niet corrigeert, kan tegelijkertijd schulden opbouwen bij China, de Golfstaten, de Wereldbank, commerciële obligatiehouders en de Nieuwe Ontwikkelingsbank en vervolgens ontdekken dat multipolariteit vooral meer schuldeisers heeft voortgebracht.
Suriname kan uit deze ontwikkeling leren dat financiële onafhankelijkheid niet ontstaat door de ene internationale partner publiekelijk af te wijzen en zich vervolgens volledig aan een andere te verbinden, maar door ieder aanbod te toetsen aan dezelfde harde nationale voorwaarden. Toekomstige olie inkomsten, goud, landbouw, energie en infrastructuur kunnen belangstelling trekken van BRICS landen en traditionele financiers, maar samenwerking krijgt pas strategische waarde wanneer contracten transparant zijn, lokale bedrijven deelnemen, kennis wordt overgedragen, schulden betaalbaar blijven en projecten aantoonbaar productie opleveren. Caribische economieën winnen het meest uit een multipolaire wereld wanneer zij meerdere deuren kan openen zonder achter een daarvan haar beslissingsmacht achter te laten.
De uitbreiding van BRICS markeert daarom geen voltooide nieuwe wereldorde, maar wel het einde van een tijd waarin het Westen vrijwel alleen bepaalde wie kapitaal kreeg, onder welke voorwaarden en via welke munt. Afrika krijgt meer keuze, meer stem en meer ruimte om zijn eigen ontwikkelingsprioriteiten te verdedigen, maar autonomie wordt niet cadeau gedaan door Beijing, Moskou, New Delhi of een nieuwe ontwikkelingsbank. De echte bevrijding begint pas wanneer landen de institutionele kwaliteit bezitten om buitenlandse financiering te gebruiken zonder er opnieuw door te worden beheerst, want wie alleen van geldschieter verandert maar dezelfde grondstoffen uitvoert, dezelfde zwakke contracten tekent en dezelfde schulden opstapelt, heeft geen nieuwe wereldorde gebouwd maar slechts een nieuwe naam gegeven aan oude afhankelijkheid.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com