Per 1 augustus 2026 worden geldopnames bij geldautomaten in Suriname opnieuw duurder. Het tarief stijgt van SRD 11 naar SRD 17,60 per opname, een verhoging van maar liefst 60 procent. Daarnaast wordt ook het opvragen van een saldo niet langer gratis, daarvoor wordt voortaan SRD 1,10 per keer gerekend. De officiële verklaring van de Surinaamse Bankiersvereniging (SBV) is voorspelbaar, hogere kosten voor beheer, onderhoud, beveiliging en de verdere ontwikkeling van het ATM-netwerk. Maar achter deze redenering schuilt een ongemakkelijke realiteit, opnieuw wordt de financiële last doorgeschoven naar de consument. De bankensector spreekt over duurzaamheid en toekomstbestendigheid van de infrastructuur. Dat klinkt logisch. Geldautomaten moeten worden onderhouden, software moet worden geüpdatet, beveiligingssystemen moeten worden versterkt en geldtransport kost geld. Niemand zal ontkennen dat deze diensten een prijs hebben. Toch blijft de vraag overeind waarom juist de burger telkens de rekening gepresenteerd krijgt, terwijl banken de afgelopen jaren steeds verder digitaliseren en tegelijkertijd hun operationele kosten verlagen. Waar vroeger bankfilialen ruim vertegenwoordigd waren, zijn veel vestigingen gesloten of is de dienstverlening ingeperkt. Klanten worden steeds vaker verwezen naar digitale kanalen. Internetbankieren en mobiel bankieren zijn niet langer een extra service, maar de standaard geworden. Dat bespaart banken miljoenen aan personeel, huisvesting en administratieve processen.
Tegelijkertijd worden klanten geconfronteerd met hogere tarieven voor de momenten waarop zij nog wel afhankelijk zijn van fysieke dienstverlening. De SBV wijst consumenten direct op alternatieven zoals pinbetalingen en mobiel bankieren, die volgens de organisatie kosteloos beschikbaar zijn. Dat klinkt aantrekkelijk, maar gaat voorbij aan de realiteit van Suriname. Niet iedere burger beschikt over een stabiele internetverbinding, een geschikte smartphone of voldoende digitale vaardigheden. Bovendien zijn er nog altijd markten, kleine ondernemers en landelijke gebieden waar contant geld de belangrijkste betaalvorm blijft. Voor duizenden Surinamers is cash geen keuze, maar een noodzaak. Juist daarom voelt deze tariefsverhoging als een verkeerde boodschap. Wie afhankelijk is van contant geld, wordt financieel gestraft. Mensen met een laag inkomen nemen vaak kleinere bedragen op en moeten daardoor vaker naar de geldautomaat. Zij betalen uiteindelijk relatief meer dan mensen die in één keer grote bedragen kunnen opnemen. Daarmee raakt deze maatregel vooral de groepen die de extra kosten het minst kunnen dragen. Opvallend is ook dat de SBV benadrukt dat iedere bank haar eigen tarieven bepaalt. Daarmee lijkt de verantwoordelijkheid bewust te worden verspreid. BNets stelt de tarieven voor de gezamenlijke ATM-infrastructuur vast, de banken voeren ze door en de SBV verwijst klanten uiteindelijk terug naar hun eigen bank.
Voor consumenten verandert daar weinig aan. Zij zien slechts dat geld opnemen opnieuw duurder wordt, ongeacht welke partij uiteindelijk verantwoordelijk is. Wat ontbreekt in de uitleg, is transparantie. Hoe hoog zijn de werkelijke kosten van het ATM-netwerk? Welke efficiencymaatregelen zijn onderzocht voordat werd besloten de tarieven fors te verhogen? Welke bijdrage leveren de banken zelf aan de financiering van deze infrastructuur? Zonder concrete cijfers blijft het argument van stijgende operationele kosten vooral een algemene rechtvaardiging die moeilijk te controleren is. Het vertrouwen in het financiële systeem groeit niet door hogere tarieven, maar door openheid, redelijkheid en een eerlijke verdeling van kosten. Banken vervullen een maatschappelijke rol. Zij beheren het spaargeld van burgers en vormen een essentiële schakel in de economie. Daar hoort ook verantwoordelijkheid bij voor toegankelijke en betaalbare basisdiensten. Geld opnemen van een eigen rekening zou geen luxeproduct moeten worden. Het is een fundamenteel onderdeel van het betalingsverkeer. Wanneer burgers steeds meer moeten betalen om toegang te krijgen tot hun eigen geld, ontstaat de indruk dat financiële dienstverlening zich steeds verder verwijdert van haar publieke functie. De aangekondigde tariefsverhoging mag dan vanuit bedrijfseconomisch perspectief verdedigbaar zijn, maatschappelijk voelt zij vooral als opnieuw een maatregel waarbij de rekening wordt neergelegd bij de burger die steeds minder keuzevrijheid heeft.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com