De ontmoeting tussen minister van Natuurlijke Hulpbronnen (NH), David Abiamofo en een delegatie van de Wereldbank onder leiding van Country Representative voor Guyana en Suriname, Diletta Doretti, laat opnieuw zien dat Suriname en internationale financiële instellingen de samenwerking willen voortzetten. Tijdens de werkbespreking stonden duurzame energie, drinkwatervoorziening, energie-efficiëntie en de hervorming van de mijnbouwwetgeving centraal. Op papier zijn dat stuk voor stuk belangrijke thema’s. De vraag is echter hoeveel de Surinaamse samenleving uiteindelijk aan deze gesprekken heeft als ze opnieuw niet worden vertaald naar concrete resultaten. Volgens de verstrekte informatie is gesproken over de voortgang van de bestaande samenwerking en over nieuwe mogelijkheden binnen de Sustainable Development Goals, met name doel 6 (schoon water en sanitatie) en doel 7 (betaalbare en duurzame energie). Ook is de Wereldbank bereid technische ondersteuning te blijven verkennen voor onder meer de hervorming van de mijnbouwwetgeving. Dat klinkt positief, maar tegelijkertijd valt op dat de aankondiging vooral bestaat uit intenties. Er worden geen projecten genoemd die daadwerkelijk van start gaan, geen concrete investeringsbedragen, geen tijdslijnen en geen meetbare doelstellingen.
Begrippen als mogelijkheden verkennen, samenwerking voortzetten en technische ondersteuning keren regelmatig terug in dit soort diplomatieke verklaringen, maar bieden de bevolking weinig zekerheid over wat er daadwerkelijk zal veranderen. Juist op het gebied van duurzame energie heeft Suriname behoefte aan meer dan beleidsmatige gesprekken. Grote delen van het land kampen nog altijd met hoge energiekosten, een beperkte energie-infrastructuur en een sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Als de overheid serieus werk wil maken van de energietransitie, zal duidelijk moeten worden welke projecten prioriteit krijgen, hoe zij worden gefinancierd en wanneer burgers en bedrijven daarvan de eerste voordelen zullen merken. Hetzelfde geldt voor de drinkwatervoorziening. Toegang tot betrouwbaar en schoon drinkwater behoort tot de basisvoorzieningen die een overheid moet garanderen. Internationale samenwerking kan daarbij waardevol zijn, maar uiteindelijk zal de effectiviteit worden beoordeeld op basis van verbeteringen in de praktijk en niet op basis van overlegmomenten achter gesloten deuren.
Ook de hervorming van de mijnbouwwetgeving verdient bijzondere aandacht. Suriname beschikt over aanzienlijke natuurlijke rijkdommen, maar de sector wordt al jaren geconfronteerd met vraagstukken rond transparantie, milieu, toezicht en eerlijke verdeling van opbrengsten. Technische ondersteuning door de Wereldbank kan daarbij nuttig zijn, mits de hervormingen daadwerkelijk leiden tot modernere wetgeving, strengere handhaving en meer vertrouwen bij zowel investeerders als de samenleving. Hervormingen mogen niet beperkt blijven tot rapporten en adviezen, zij moeten zichtbaar worden in een beter functionerende sector. De bereidheid van de Wereldbank om de samenwerking voort te zetten is zonder twijfel een belangrijk signaal van internationaal vertrouwen. Toch is vertrouwen slechts één onderdeel van de oplossing. Uiteindelijk zal de regering moeten aantonen dat internationale partnerschappen niet alleen leiden tot overleg en beleidsdocumenten, maar ook tot investeringen, infrastructuur en tastbare verbeteringen voor de bevolking. De bijeenkomst onderstreept dat de ambities aanwezig zijn. De echte uitdaging begint echter pas na afloop van de vergadering. Pas wanneer de aangekondigde samenwerking resulteert in concrete projecten, duidelijke hervormingen en merkbare vooruitgang op het gebied van energie, drinkwater en mijnbouw, zal kunnen worden vastgesteld dat deze gesprekken daadwerkelijk waarde hebben gehad voor Suriname.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com